Sidor som bilder
PDF
ePub

16. De Arts.

34. De Marskramer. 17. De Sterrekijker.

35. De Schipper. 18. De Keizer.

36. De Voerman. 19. De Koning

37. De Landman. 20. De Keizerin.

38. De Woekeraar. 21. De Koningin.

39. De Sruikroover. 22. De Hertogin.

40. De Dronkaards. 23. De Gravin.

41. De Spelers. 24. De Edelvrouw.

42. De Grijsaard. 25. De Non.

43. De Oude vrouw. 26. De Graaf.

44. De Blinde man. 27. De Ridder.

45. De Kreupele bedelaar. 28. De Edelman.

46. Ilet Kind. 29. De Soldaat.

47. De Nar. 30. De Regter.

48. Het Wapen des Doods. 31. De Raadsheer.

49. De Dolkscheede, naar die Beiden zonder 32. De Advokaat.

van Von Mechel. (Zie hier- tekst. 33. De Koopman.

boven blz. 567, No. 47). No. 3–9, 11–14, 16, 18, 20, 21, 23–25, 28, 29, 32–34, 36, 38,

41-43, 46 en 48 naar Hollar (No. 48 zelfs met het monogram H), doch sommige veranderd of in omgekeerde rigting; No. 10, 15, 17, 19, 22, 26, 27, 30, 31, 35, 37, 39, 40, 44, 45 en 47 naar de afbeeldingen in de Kealsche uitgaven, doch de meeste (niet slechts drie platen, zoo als Douce en

Massmann opgeven) met veranderingen en sommige in omgekeerde rigting. De Fransche tekst bij de platen is die van Von Mechel, met de vertaling daar

van in 't Engelsch. Massm., S. 58, No. 2, vgl. S. 57, No. 1. Vgl. Douce (1833), p. 135, No. XII.

Langlois, II, p. 129. No. 91.
The | Dance of Death; , painted by | H. Holbein, / and engraved

by | W. Hollar. | London: | printed by C. Whittingham, | Dean
Street, Fetter Lane, | for John Halding, 36, St. James's
Street. / 1804. | 80. 70 blzz.
Deze uitgave is eene gansch andere dan die, door Massmann S. 57 No. 8 be-

schreven. Voorin het portret van Holbein, 200 als in de uitgaven van
1789 en 1790 (zie hiervoor blz. 568). Op den titel volgt de verhandeling
van Douce, the Dance of Death (blz. 3-30). Dan volgt hier een ingevoegd
portret van Hollar, door Richard Sawyer naar een door Hollar zelven ge-
schilderd portret in olieverw, volgens het onderschrift uitgegeven in 1824 door
Hurst, Robinsou & Co. te Londen. Hierop volgt (blz. 31-62): Descriptions
of the cuts in Hollar's Dance of Death, met de 30 voorstellingen, zoo als
in de uitgaven van 1789 en 1790. Met uitzondering van pl. 1 (Het Wapen
des Doods) zijn de platen de zelfde. No. 1 is niet van Hollar, maar, zoo als
uit het monogram blijkt, van 1). Deuchar (D. D. f.). Eindelijk Lydgate's Dooden-

dans (uitsl. plaat, met tekst blz. 63–70). The Dance of Death; | from the original Designs of | Hans

Holbein. | Illustrated with tirthy-three plates, _| engraved by | W. Hollar. | With | Descriptions in English and French. | What's yet in this That bears the name of life? yet in this life | Lie hid more thousand deaths; yet death we fear, | That makes these odds all even. Shakspeare. London: | printed for J. Coxhead, Holywell-Street, Strand. I 1816. [Price 25 s. in Boards.] | 80. (1) bl. (Titel) + 70 blzz.

Met de portretten van Holbein en Hollar als in de uitgave van 1790 (zie hier

boven blz. 568) en met de zelfde platen (ook No. 1 door D. D. f.) als in de

hiervoor genoemde uitgave, doch allen gekleurd. Op den titel volgt eene levensschets van Holbein. De Fransche tekst bij

H.'s Doodendans is de zelfde als die bij Von Mechel en Deuchar (zie blz. 567 en 568). Voorts bevat ook deze uitgave Douce's Verhandeling en den tekst

bij Lydgate's Dance of Macaber.

Vgl. Douce (1833), p. 128. Massm. S. 57, No. 10. Langlois, II, p. 128, No. 88. Der | Todtentanz. | Ein Gedicht | von | Ludwig Bechstein. | Mit

48 Kupfern in treuen Conturen nach H. Holbein. | Leipzig,' | bei Friedrich August Leo. | 1831. / 80. VIII + 200 blzz. Vóór den bovenstaanden titel vindt men nog (blz. I) den volgenden: Der | Todten

tanz. | Mit 48 Kupfern in treuen Conturen nach dem Original des | Hans Holbein und dem Bildniss desselben , gestochen von dem Königl. Sächs. Kup

ferstich-Gallerie-Inspector | Frenzel in Dresden. I No. 1—47 als in de uitgave te Lyon 1549 (zie hierboven blz. 551). No. 48 is

gelijk No. 52 aldaar. Als frontispice het Wapen des Doods, met het onderschrift: H. Holbein inv. G. Pfau fec: aq. fort. Frenzel termin: $ direx :

Dresd: 1830. Douce (1833), p. 136, No. XIII. Massm., S. 58. Langlois, II, p. 135, No. 114.

Hans Holbein's | Todtentanz | in | 53 getreu nach den Holz

schnitten lithographirten Blättern. | Herausgegeben von J.
Schlotthauer, 1 k. Professor. | Mit erklärendem Texte. [Von
Schubert und Massmann.]. | München, 1832. | Auf Kosten des
Herausgebers. 80. 78 blzz.
De voorstellingen zijn de zelfde en komen in de zelfde orde voor als in de uit-

gave Lyon 1549 (zie hierboven blz. 551). De platen zijn opgeplakt. Douce (1833), p. 120, No. XIII, p. 249, No. 2. Massm., S. 46. Langlois, II,

p. 135, No. 115. Der ! Todtentanz | oder der | Triumph des Todes / nach den

Original-Holzschnitten des | Hans Holbein von C. H[elmuth] | Mors sceptra ligonibus aequat | gedruckt bei Robrahn & Co. in Magdeburg | [1836.] kl. fol. (6) bll. + 46 platen.

De platen stellen voor: 1. Titelblatt.

13. Die Aebtissin. 2. Das Paradies.

14. Die Nonne. 3. Die Vertreibung aus dem Paradiese. 15. Der Arzt. 4. Die Verurtheilung zur Arbeit. 16. Der Kaufinann. 8. Der Pabst.

17. Der Kaiser. 6. Der Cardinal.

18. Die Kaiserinn. 7. Der Bischoff.

19. Der König 8. Der Abt.

20. Die Königin. 9. Der Domherr.

21. Der Herzog. 10. Der Priester.

22. Die Herzogin. 11. Der Prediger.

23. Der Graf. 12. Der Mönch.

24. Die Gräfin.

25. Der Edelmann.

36. Der Greis. 26. Die Edelfrau.

37. Die alte Frau. 27. Der Ritter.

38. Das kleine Kind. 28. Der Rathsherr.

39. Der Schweizer Soldat. 29. Der Richter.

40. Der Astrolog. 30. Der Advokat.

41. Der Blinde. 31. Der Ehebrecher.

42. Der Bettler. 32. Der Schiffer.

43. Der Räuber. 33. Der Krämer.

44. Die Trinker. 34. Der Bauer.

45. Die Spieler. 35 Der Geizige.

46. Der Narr. Bij 36 dezer voorstellingen ziju die van het exemplaar te Wolfenbuttel door J.

de Necker (Augsburg 1544) gevolgd (vermoedelijk No. 2-25, 27-38).

No. 1 en 26 zijn naar No. 1 en 23 van C. von Mechel (zie hierboven blz. 567). Onder No. 2—38 zijn de Duitsche verzen en de Latijnsche zinspreuken uit

J. de Neckers uitgave 1544 afgedrukt. Ook de titel dezer uitgave en de zamenspraak tusschen den Dood en den Mensch zijn hier overgenomen. No.

39—46 hebben geenerlei onderschrift. De Duitsche verklaring der platen is aan het werk van C. von Mechel ontleend. Behalve de boven gemelde 46 afbeeldingen bevat dit exemplaar nog twee opgeplakte platen van grootere afmeting, mede door C. Helmuth gelithographeerd. De eene stelt voor den Triomf der Dooden, met het bovenschrift: Holbeins Todtentanz" en het onderschrift: Du bist Erde und sollst zu Erde werden, denn Tod ist der Sünden Sold. Röm. C.VI. V 23”; de andere: het Laatste Oordeel, met het onderschrift: Christus hat dem Tode die Macht genommen und Leben und unvergünglisches Wesen an das Licht gebracht. II Tim. Cap I.

V. 10” en (iets lager): Jn Stein gravirt v. C. Helmuth. Massm., S. 26. Langlois, II, p. 136, No. 117. La | Danse des Morts | dessinée į par Hans Holbein, | gravée

sur pierre | Par Joseph Schlotthauer, | Professeur à l'Académie de Munich | expliquée | par Hippolyte Fortoul, | Professeur à la Faculté des lettres de Toulouse. | Paris. / Jules Labitte, libraire-éditeur, | Quai Voltaire, 3. | [1842?] 80 252 + (2) blzz.

Langlois, II, p. 135, No. 116. De 53 afbeeldingen van den Doodendans, als in de uitgave Lyon

1549 (zie hierboven blz. 551). Lithographie door Robert Theer *). Zonder eenige letter. 1 blad groot breed folio.

De afbeeldingen zijn geplaatst in 5 rijen, elke van 10 en eene onderaan van 3. Hans Holbein's | celebrated | Dance of Death, | Illustrated by

a Series of photo-lithographic facsimiles | from the copy of the first edition now in the 1 British Museum. | Accompanied by | explanatory descriptions | and | A Concise History of the Origin and Subsequent | Development of the Subject. By | H. Noel Humphreys, | author of A History of the Origin of the Art of Printing," 'of | The illuminated books of the Middle Ages,” | etc. etc. | London: | Bernard Quaritch, 15, Piccadilly, W. | 1868. | 80. (126) bizz.

*) Volgens eene aanteekening met potlood op de plaat.

Blz. 5 --32 bevatten eene verhandeling: Hans Holbein and the Dance of Death,

blz. 121--125: The Treatment of the Devices of the Dance of Death

after the Time of Holbein. Behalve de 41 voorstellingen van den Doodendans (de zelfde als in de uitgave

van Lyon 1542; zie hierboven blz. 550) komen in dit werk nog 3 platen

met andere dergelijke voorstellingen voor. The | Holbein-Society's | Fac-simile Reprints. | Vol. I. | The

Dance of Death. | Published for the Holbein-Society. | By A.
Brothers, St. Ann's Square, Manchester; and | Trübner and Co.,
Paternoster Row, London. | M.DCCC.LXIX | 40. (4) + XXX
+ (2) + 292 blzz.
Hierop volgt eene opgave van het Bestuur der Societeit, dan een tweede titel,

luidende: The Holbein-Society's fac-simile Reprints. | Les Simulachres &

Historiees | Faces de la Mort: 1 commonly called | The Dance of Death.” | Translated and edited by | Henry Green, M. A. ; With a sketch of Holbein’s Life and Works, I and some explanatory notes. | In diesen kleinen Blättchen ist eine Welt von Gedanken und | Bezügen mit höchster Meisterschaft zusammengefast. | Kugler, vol. ii. p. 287. | Published etc. (als boven). Behalve het fac-simile van de eerste uitgave van den Doodendans (Lyon 1538)

vindt men hier nog de fac-similes:
1. van den titel, den index en cene houtsnede van Imagines Mortis , Lyon 1545.
2. van den titel en van de platen 1, 36, 52 en 53 van Imagines Mortis,

Keulen, 1566.
3. van den titel, de platen 7, 16, 40-51 en van den colophon van Simo-

lachri etc. de la Morte, Lyon 1549.

Rev. P. Abraham , à S. Clara, | Augustiner-Barfüsser-Ordens,

weyland Kayserl. Predigers und | Definitoris Provinciæ, | Besonders ineublirt-und gezierte Todten-Capelle, | Oder | Allgemeiner Todten-Spiegel, | Darinnen | Alle Menschen, wes Standes sie sind, sich beschauen, an denen mannigfältigen Sinn-reichen Gemählden das | Memento Mori | zu studiren, und die Nichtigkeit und Eitelkeit dieses Lebens | Democriticè und Heracliticè, | Das ist: | Mit lachendem Mund,'oder thränenden Augen, wie es beliebt, können betrachten | und verachten lernen. | Nürnberg, Bey Christoph Weigel, Kupfferstecher und Kunsthändlern gegen der Kayserl. Reichs-Post, 1 über zu finden. | Würtzburg, Druckts Marrtin Frantz Hertz. An. 1710. / 80. Titelplaat en Titel (2 dubbele bladen) + (19) bll. + 316 blzz. + (10) bll. De titelplaat bevat o. a. het portret van den Schrijver en den titel: P. Abra

hams! a S. Clara | Bemahlte | Toden-Capell. | Van de 68 koperen platen, tot dit werk behoorende, ontbreekt pl. 56.

De Kapelle der Dooden, / Of de Algemeene | Doodenspiegel. | In

welken alle Menschen, van wat Staat of | Rang zy zyn mogen, zich tut hun nut | konnen beschouwen; | Om indagtig te zyn het | Memento Mori, 1 of | Gedenkt te Sterven; | Ten einde met eenen lagchende mond, of met | traanende oogen, al naar 't hun gelieft, de nietigheit en ydelheit des Leevens te leeren betragten en veragten. | Zynde het laatste Werk van den beroemden | Pater Abraham van Sta: Clara, | In zyn Leeven Barvoeter-Augustyner Mounik, en Keizerlyke | Hofprediker. Volgens den Origineelen Druk uit het Hoogduits vertaalt, I en met Kopere Platen verciert: 1 [**] | Te Amsterdam, | (J. Roman

J. Kouwe. By

By

J. Roman de Jonge.
A. Lobedanius.

M.D.CC.XXXVII. 80. (11) bll. + 292 blzz. + (6) bll. (Register). Titelplaat als in het voorgaande, doch op veel kleineren maatstaf, en met den

titel: De Kapelle | der Dooden / door | Pater Abraham | van Sta. Clara. I Behalve de titelplaat bevat dit werk 68 platen, die geen afzonderlijke bladen vor

men, maar wier keerzijde tekst bevat. De Kapelle der Dooden, | [enz.] | Twede druk. | Volgens den

Origineelen Druk uit het Hoogduits vertaalt, 1 vermeerdert, en met Kopere Platen verciert: 1 733 | Te Amsterdam, By J. Roman de Jonge, Boekverkoper. | MDCC.XLI. | 80. (11) bll. + (328) blzz.

Met de zelfde titelplaat en platen als in de vorige uitgave.
Freund | Heins Erscheinungen in Holbeins Manier von J.

R. Schellenberg. Winterthur, | bey Heinrich Steiner und
Comp. | 1785. j 80. (166) blzz.
Met 25 platen, de titelplaat er onder begrepen. De platen bevatten, zoo als

de titel reeds te kennen geeft, voorstellingen in den trant van die van Hol-
bein, doch hebben voor het overige geenerlei overeenkomst daarmede.

- De tekst bestaat iu proza en poëzy. Massm., S. 59. No. A. 1. Langlois, I, p. 367, No. 9.

Königl. | Grosbritannischer | Historischer | Genealogischer | Ca

lender | für 1792. | mit Kupfern von Chodowiecki | in gemeinschaftlichem Verlag / von Berenberg in Lauenburg | und der Jägerische Buchhandlung | in Frankfurth a/m. | 160. Met inbegrip van den titel 13 gravures, opgeplakt op zwaar carton in gr. fo

lio. De platen van den Doodendans komen in dit exemplaar in de volgende

orde voor, afwijkende van die bij Douce, blz. 153, No. VII. 1. Der Pabst. 5. Der Ahnenstolze.

9. Die Mutter. 2. Die Königin. 6. Das Kind.

10. Die Schildwache. 3. Der König 7. Das Fischweib.

11. Der Arzt. 4. Der General.

8. Das Freudenmädchen. 12. Der Bettler. Donce (1833), p. 153, N°. VII. Massm., S. 59, No. B 1. Langlois, I, p.

367 , No. 8.

« FöregåendeFortsätt »