Sidor som bilder
PDF
ePub

zen ,

wen.

a

[ocr errors]

GAN.

A gap in a book, (lines left out, dat de Jaagers bunne bonden to GANCH , Iemand van boven neer because lost) Een open plaats in geven. op scherpe pennen werden, [een een boek.

GARBAGE, or Garbles, zie Turksche straf.]

! What a gap were there opened Garbles. To ganch, or tear open one's to all forts of carnal appetites, to GARBAGE, t Ingervant uitneeguts, Iemand van een steilte te Wat een deur wierd daar niet men, ontweijen. pletteren werpen,

geopend voor allerly uleejcbelyke to GARBLE, (or clcanse, as groGANCHING, (a sort of punish begeerlykbeden.

cers do their spices) Siften, ment used among the Turks ) To land in the gap, In de breffe zuiveren, reinigen. De voorgemelde straf - oeffe ftaan.

+ To garble, (or cull out) Uitleening onder de Turken in ge + There was but the King to stand

uitzoeken, bruik.

in the gap, Daar was niemand | Garbled, Gezift, verleezen. GANDER, Mannetje van een gans. als de Koning om de bres te ver

Garbled rice, Gezuiverie rys, Gandering, als, To go a gande. dedigen.

Garbler , Een verleezer, zifter, een ring, Zyn vermaak by andere to GAPE, (or yawn) Gaapen, geel Amptenaar die de speceryen in Vrouwen zoeken.

winkels of pakhuizen iezigtigt. GANG, Een gezelsclap, rot, He ever gapes , (or bawls) when Garbles, 't Uitziftsel. trop.

he speaks , Hy geeuwt altyd als Garbling, Verleezing , zifting. He is one of the gang, Hy is een by Spreekt.

+ GARBOIL, Geraas, gelier. 0in 't rot.

+ To gape AFTER or for a thing, GARD, Wacht, lyfwacht. j to GANG, (or go) Gaan.

Ergens sterk na verlangen. To be upon the gard, Op schildGANGREL , Een lang sebraal per-He gapes only for lucre, Hy wacht staan. soon, een magere scberininkel. bygt alleen naar voordeel.

To make a strong gard, Goede GANGREEN, or Gangrene, (an To gape at one ,

Iemand begaa

wacht bouden. eating ulcer, that will quickly pen.

I left him with a good gard upon infect all the body) 't Heet-Togape, (or chink as the ground him, Ik liet bem in goede bedoes) Spiyten, scheuren.

waaring. | Gangrene, (or infection) Onsté. Gaper, Éen gaaper, geeuwer. The King's gard, 's Konings lyfking, besmetting.

Gaping, Gaaping, geeuwing, ge wacht. to GANGRENE, Ineeten.

gaap, gaapende.

The horse-gard, De lyfwacht te Gangrened, Van 't Heetvuur aange • Gaping is catching , Een goed paerd. taft, ingevreeten.

gaaper maakt 'er tien aan de The foot-gard, De lyfwacht te GANG-WEEK, De week op één na

gang.

voet. voor Pinxteren.

+ Gaping after, or for a thing, A regiment of the gard, Het GANTLET, Een yzere bandschoen, Ergens op belust zyn, naar by lyf-regiment. sobaaliscboer. gen.

To mount the gard, De wacht Ganilet, (false spur put to the To stand gaping about, Overal betrekken. spurs of game cocks) Staale staan gaapen.

To relieve the gard, De wacht jpooren, die men de haanen A gaping fellow, Een gaapstok. afloren. aandoet.

A gaping, (or chink) Een spleet, To come from the gard, Van de GANTLOP, als, To run the gant of scbeur.

wacht komen. lop, Door de spit sroede loopen,

He stood upon his gard, Hy

GAR. [een straffe der Soldaaten.]

was op zyn boede. GAO.

to GAR, Maaken, zie to Make. To lie well upon one's gard ,Web GARB, Cor dress) Kleeding.

op zyn boede zyn. GAOL, Gevankenis, kerker.

To go in a genteel garb, In een Ht A black-gard, Een jakbals , + Gaol-delivery, Ontlediging van bevallige kleeding zyn.

straatboer, schooister. de gevangkenis, (door de schul. Garb, Cor carriage) Houding. Gard house, Een wachtbuis, kordedigen te straffen en de on

He has a good garb with him, gard. schuldigen vry te laaten, t'Am

Hy beeft een goede bouding. the GARD of the sword, De sterdain noemt men dit, de boeiWithout garb, Ongeschikt.

plaat aan 't gevest van een jen schoon maaken.]

Garb, (in heraldry, or fheaf gen. Gaoler, een Sluiter, Cipier , zie

of corn) Een koorn boop.

The gard of a gun, De ring van Jailer,

RA Wine that has a good garb, een Snapbaan.
GAP.

(that is, a quick or pungentot Gard, (or gardianship) zie GarGAP, Een opening, kloove, scheur, taite.) Wyn die een prikkelende dianthip. vak, brelle.

smaak beeft.

Das Gard, (amongst book-binders ) A gap in a hedge, Een opening in GARBAGE,''t Ingewant, karwey. Papiere strook, of Francyn leerteen baag, of begge.

Garbage , (that hunters give je in een boek ingevoegt, om'er A gap in a wad, Een gat in een their hounds) Het gewey, den de printen of kaarten aan vast te muur.

afval of bet ingewand van't wild, plakken I. DEEL Рp

the

men.

[ocr errors]

+ GARTH, (a north country word

the GARD of a garinent, 't Boord He gared him to die, Hy deed stoffeerd, verzorgd, voorzien. sel van een kleed of de stootkant bem de dood aan.

+ Garnishee, Iemand in wiens band van een rok.

GARGARISM , Een gorgeldrank , bet geld, waarom gepleit wordt, 80 GARD, or guard, of keep, Be gorgelwater.

gesteld is. waaren.

to GARGARISE, zie to Gargle. Garnier, Een optooijer , stoffeerder, To gard, (or protect) Bescher- GARGLE, De gorgel, gorgelpyp. verzorger. to GARGLE, Gorgelen.

Garnishing, Versiering, optooijing , He gards himself against all ne To gargle one's mouth, Gorge stoffeering, - stoffeerende. glects in the discharge of his len.

+ Garnishment,Waarschouwing wel. duty, Hy wagt zicb zelf voor to GARGLE, (as a purling stream ke men aan iemand geeft die voor bet minste verzuim in de uitvoe does) Rucillcben, bruil'cben. 't recht verscbynen moet. ring van zyn plicbt. Gargled, Gegorgeld.

GARRANTEE, Borg, guarandeur, Garded, Beboed, beschut, -om-Gargling, Gorgeling , gorge

zie Guararitie. geboord.

lende.

GARRANTY, Borg, zie War. Garding, Beboeding , bescbrating, -ia The gargling (or purling) of a ranty. omboording

stream, Het geruiscb van een GARREÉS, Gerras, [zéker OostGARDEN, Een tuin, bof.

stroom.

indisch lynwaat.] A kitchin-garden, een Moestuin. Gargling, Gorgelende.

GARRET, Een opperzolder, vlieA flower-garden, een Bloemtuin. A gargling, (or warbling) brook, ring. Dezelve zyn in Engeland A garden of pleasure, een Luft. Een rui(fcbende beek.

beschoten, en in kamers verbof, Paradys.

GARISH, Heel licht, dat ver af. deeld; zo dat , To live in the A nurse-garden, Een kweek-bof. steekt, pracbtig in scbyn.

garret, is, op de bovenste verGarden-clever, Sweet-trifoil , Ze-Gariihness, Schittering:

dieping woonen.
vengetyde kruid.
GARISON, zie Garrison.

GARRISON, Een bezetting, gar-
to GARDEN, (to dress a garden) GARLAND, Een krans, kransje, nizoen.
Tuinieren, eenen bof beplanten. tuiltje, kranselyn.

A garrison town, Een Scad daar
To garden a hawk, (a term of To make garlans, Tuiltjes vlechten. een bezetting in legt,
hawking , to put him on To wear a garland, Een bloem- to GARRISON, Met krygsvolk be-
turf of grass to chcar him) Een krans drangen.

leggen.
Valk tuinen.
GARLICK, Look, knoflook.

To garrison a place, Bezetting in
Gardener , Een bovenier, tuinier, A clove of garlick, Een bolletje een plaats leggen.
tuinman, gaardenier.

knoflook.

Garrison'd, Mit bezetting belegt. Head gardener, Opper-bovenier. To finell of garlick, De reuk van A place well garrison'd, Een plaats Gardening, Hoveniering , tuinie knoflook bebben.

daar een sterke bezetting in is. ring.

A garlick sauce, Een saus van GARRULITY, Geklap, klapperny. To understand, (to have skill knoflook.

GARRULOUS, (chattering, bain) gardening) Het tuinieren, GARMENT, Een kleed , geraad. bling, prattling ) Snapperende , of bovenieren verstaan.

A good garment, Een goed kleed. kakelende.
GARDEROBE, Kleerkamer, zie on The wedding-garment, Het brui- GARTER, Een korseband.
Wardrobe

lofts kleed.

To tie one's stockings with gar| GARDEVIANT, (or wallet for a GARNER, Een schuur , koornzolder, ters, Zyn kousen met koulebanfoldier to put his meat in) Knap zie Granary.

den opbinden. zak.

GARNISH, Drinkgeld 't welk een The noble order of the garter , GARDIAN, Een voogd, opziener. gevangen, die eerst in de gevang De noble orde van de korjebani.

Gardian, or warden of the Cin kenis komt , ar. de andere ge. A knight of the garter, een Rid que ports, Gouverneur van de vangenen geeft.

der van de orden des kousevyf Havens, zie Cinque ports. Garnithes of doors, gates, or bands. Gardian, Beschermer.

porches, Het lofwerk van der GARTER, De eerste Wapenkoning, A gardian angel, Een bescherm ren, poorten, portaalen enz.

[wiens Ampt het is, de RidEngel.

to GARNISH, Verçieren , oppronken, ders der kouseband op plegti Gardianihip, Voogdysebap, opziener optooijen, stoffeeren, verzorgen,

ge staatfien op te wachten, de fcbap. voorzien.

begraaverillen van den groo During my gardianship, Gediru To garnish a table with swect ten Adel te réguleeren; de rende myn Voogdyscbp.

meats, Een tafel met konfitur kouseband aan Koningen en GARE, ('t is a course sort of wool, ren versieren.

Vorften over Zee te brengen full of hairs, such as groweth To garnish, (or set off) Vergie enz. Zie Clarencieux en Norror. about the pizzle or fhanks of ren, opfcbikken.

to GARTER up, De kous opbinders. 1heep) Een soort van grove To garnish the heir, (or to warn To garter, Kousebanden Gardoesi. wol.

the heir) Den erfgenaam Oilt Gartered, Gekorseband.
to GARE, (or caufe) Doen, ver. bieden, Citeeren.
oorzaaken.

Garnithed, Versierd , opgetooid, ge for a yard or back-side of 2

a

bou

[ocr errors]
[ocr errors]

zen.

house) Een agterplaats van een The gates of a city , De poorten To gather one's self up, Zich
buis,
van een Stad.

berstellen.
Garth, or fith garth, (a dram A floud, or water gate, Een To gather up one's cloak, Zyra
of wear in a river , for the waterpoort.

mantel opligten. catching of filh ) Schotdeurtje, Gate, in going) Een tred, gang. Gathered, Vergaderd, verzameld, valdeurtje van een Vyver. A majeltick gate, Een deftige geplukt. ta garth-man, or filh-inan, Een trëd.

Gatherer, Een vergaderaar, verzasil/cber.

Mincing gates, Een trippelende melaar, plukker, opleezer, in
GAS.
gang

zamelaar.

Een koornmaai GASCONADE, Pocbery, zwetsery. Gate, (or presence ) Houding, Gatherer of corn, to GASCONADE, Pocben, zwet

gelaat.

jer, oogster. sen.

Her gate fhew'd her to be a goda Gatherer of grapes, een DruivenGASCOYNS, (the hinder thighs

dess, Haar bouding toonde dat leezer, Wyn oogster. of a horfu) De agterbouten van Gate keeper, een Deurwachter, portier.

zy een godin was.

Gatherer of taxes , Uit maaner,

die belastingen ophaalt.
een paerd.
GASH, Een diepe sneede, een veeg.
GATHER, Een plooi, vouw.

Gatherers, (the fore-teeth of a
The gathers (or plaits) of a gown,

horse) De vier voorste tanden
He got a grcat gash is the face,
Hy kreeg een loutere veeg in 't
De plooijen van een kleed.

van een paerd.
A calves gather , Een kalfs af. Gathering, Vergadering, verzame-
aangezigt.

val. to GASH, Een sneede of veeg gee. to GATHER, (or to pick ) Pluk

ling, plukking, opleezing , in

zameling, - vergaderende. Gashed, Gefneeden.

ken, of uitkippen.

To go a gathering for one, Voor
GASP, De frak, snik, adembaa-
To gather flowers, Bloernen pluk-

iemand aalmoezen inzamelen.
ken,

To make a gathering, Een inzaling To give the last gasp, Den laat.

To gather grapes, Druiven lee meling doen. Sten fik geeven.

Gathering, (a term used by prin

ters and Book-fellers , for a
To the last gafp, Tot de laatste o To gather , (or get together)
Jnik.
Gaderen, verzamelen.

certain number of printed to GASP for breath ,

thects of a book , put one wiNaar

To gather wealth , Rykdom ver

zynen adem bygen, snakken. zamelen.

thin another) Katërn. To gasp for lite, Op bet uiterste To gather rust, (or to grow rusty)

GAU. leggen.

as steel an iron does, Roesten, GAUDIES, (or double commons,
roestig worden.

such as they have on gaudy
Gasping, Hyging, snakking,
bygende:

To gather an army, Een léger by days in colleges) Dubbel deel GASTLINESS, Yslykbeid, sebrik

één brengen.

van vleescb, op de feestdagen. kelykbeid.

To gather, (or conclude by dis- GAUDILY, Op een styve , belacbeGaitliness, (or paleness) Bleekcourse) Gevolg trekken.

lyke wyze. beid.

He gather'd (or drew) his lights Gaudiness, Belachelyke pracbt. Gastly, Yslyk , fcbrikkelyk , naar,

from the most impartial autho. GAUDY, Gemaakt, belachelyk, buiakelig.

rities, Hy beeft licbt gekregen tenspoorig in kleeding,

van de onpartydigste Schryvers. A gastly countenance, Een bleek

A gaudy suit of clothes, Een beaangezicht.

To gather a wrist-band, Een Spottelyk twierige kleeding. Gastly animals, Verschrikkelyke

kraag plooijen.

Gaudy days, or grand days in
To gather the corn,

Koorn dieren.

collegies and inns of court) Gastly, Cor pale) Bleek. zamelen.

Feestdagen voor de Rechtsgeleer. GASTROMARGY,Vreetzugt, gie

To gather duft, Stof vergaaren. den. rende bonger.

To gather strength, Kracht kry. GAUGING, Peiling , pégeling, zie GASTROTOMY, Het opsnyden

gen.

Gaging van de buik of baarmoeder.

To gather flesh, Wel in 't vleefcb I GAVE, Ik gaf, van to Give. GASTROMYTH, Een buikspreeker,

komen, vët worden, groeijen. + GAVEL, ( a law word for tri. jemand die spreekt als of 't ge

To gather TOGETHER, By malkun bute, toll, yearly rent, &c. )
der brengen.

Een soort van tribuit, schatting luid uit de buik kwam.

To gather to matter, or to head,
GAT.

Gereed staan, of ryp zyn om te A gavel of corn , Een schoof,
GAT, Een oud woord voor ge etteren.

koorn-schoof. bad.

+ Now my designs gathering to a GAVELET, Verzuim van bet betaaGATE, Een poort, deur.

head, Nu beginnen myn voor

len der renten. He stands at the gate, Hy staat neemens ryp te worden.

+ GAVEL-KIND, (an equal diaan de poort.

To gather UP,By één vergaderen, vifion amongst children) Een To keep the gate, De poort be opzamelen.

gelyke verdeeling onder de kinwaaren.

deren, dit is een recht dat by. PP2

zon

ver

of Tol.

300 GAU.GAW.GAY.GAZ.GEA.GEE.GEL.GEL.GEM.GEN.

GEN. zonder in de Provintie Kent tt He is scarce well fixt in his | Genealogy, Geslacbtrékening, ge. plaats heeft.

gears, Hy is nog niet aan de Macbtstam, geslacbt-register. GAUGE, or Gawge, Pand, zie gang:

GENERAL, Algemeen.
Gage.
A woman's night gears, Vrou-

A general principle, Een algeGAUL, Gal, zie Gall.

wen nachtgewaad.

meen grondbeginzel. GAUNT, Mager, vermagerd. A woman's head gear, Het kap A general (or universal) maxim, Gauntness, Magerbeid.

zel van een Vrouw.

Een algemeene fokregel. GAUNTLET, Tzere bandschoen , zie Gear, (or putrid matter) Etter, To promise a thing in general Gantlet. ftank, vuiligbeid.

terins, Iets in algemeene bewoorGAUNTLOPE, De Spitsroede.

A horse's gears, Een paerden dingen belooven. To run the gauntlope , Door de tuig.

A general calamity, Een algemeeSpitsroede loopen.

# GEASON, Cor rare) Zeldzaam. ne droefbeid. GAÜNTREE, Eene stelling on va

GEE.

A general council, Een algemeerie ten op te leggen. GEE-HO, He bo! Een geroep van

raadsvergadering: GAVOT, (a sort of dance) Gavot,

To beat a general march, De kardryvers. een zékere dans.

generaale march Naan.
I to GEE, (to succed) Gelukken.
GAW.
This business won't gee, De zaak

In general, In 't algemeen, in 't # GAWD, Wisje-wasjes, beuzelin wil niet gelukken.

gros. gen.

A general point, Een algemeene GEER, zie Gear. GAWDILY, zie Gaudily. GEESE, (van Goose) Ganzen.

punt. Gawdiness, zie Gaudiness.

A general Scholar, Een die alle * He thinks his own geese swans, GAWDY, zie Gaudy.

konsten en weetenschappen uitge

* Hy denkt dan zyn uil een valk is. GAWZE, Gaas, gaasdoek.

studeerd beeft. GAY.

GEI.

a GENERAL, Een algemeen over. GAY, Zwierig, weidfcb. vrolyk. I GEIR, (or vulture) Gier.

ste, een vëld overste, generaıl. om A gay, (or spruce) suit of clo.

GEL.

The general of an army, he that thes, Een fraai pak kleeren. GELD, (a Saxon word for mo commands an arıny in chief, a Gay colours, Vrolyke koleuren.

ney) Geld.

de Vëld-oversten. Gayety, Weidsbeid , zwierig- to GELD, Lubben, snyden.

A general of horse or foot, Een beid, dartelbeid, vro. Gelded, Gelubd, gejneeden.

generaal van de Ruitory of van Gayness, lykbeid. Gelder, Een lubber.

lát Veetoolk. GAZ.

Gelding, Lubbing , lubben.de. The general of a religious order, GAZE, Loeren.

A gelding, Een gelubd paerd, De generaal van een geestelyke To be at a gaze , or upon the

ruin.

order. gaze, Op de loer leggen. GELLY, Gestolt vleesch-fop, lil. Generality, Algemeinbeid, bet gros. to GAZE, Kyken, styf aanzien.

a GELD horfe, Een ruin, een ge. The generality of the people, To gaze (or stare upon a thing,

lubd paerd.

De grootste boop des volks, bet Ergens op star-oogen.

GEM.

gros des volks. Gazed upon, Aangekeeken. GEM, Een gesteente, kleinood, ju. The generality of men, Het Gaze-hound, (a hound that hunts

weel.

menfcbdom in 't algemeen. by fight) Wind-bond.

t 'T is the brightest gem in his Generalilliino, een Oppervēldbeer. GAZEL, or Antilope, (an Arabian

diadem, Dit is de scboonste pae Generally, or universally, Aige. deer) Anteloop. Een soort van rel aan zyn kroon.

meenlyk. Arabisch hert.

to GEMINATE, Verdubbelen. Generally, (or in general) In 't Gazer, Een kyker, gaapstok. Gemination, Verdubbeling,

algemeen. Gazing, Kyking , kykende.

GEMINI, de Tweeling , [ één van Generally, or commonly) GeTo stand every where gazing

de xu Hémels-tékenen.]

woonlyk. about, Overal staan gaapen.

Gemini! 0 Gemini! o femini! General hip, Veldbeerschap. A gazing stock, Een sebouwspel, GEMMOW, or Geinmow-ring, to GENERATE, Teelen, voortteegaapspel. Trouwring.

ler. GAZET, Gazett, or Gazette, de # GEMOTE, (an old Saxon word, The sun generates all things, de

posttyding , Loopmaare, Courant. fignifying a court, or an allem Zon brengt alles voort. GAZETTEER, Courantier.

bly) Een vergadering.

Generated, Geteeld.
GEA,

GEN.

Generation, Voortteeling . GEAR, or Geer, (stuff or coinmo- GENDER, Een geslacht.

Generation, or lineage) Nakodity) Stöf , Koopwaar.

The inasculine and feminine gen melingschap, nakroost. Gear, (or bawble) Praatje-maak der, Het mannelyk en vrouwe The act of generation, Voorttee ster, klappy. lyk geslacht.

ling. It To be in his gears, Gereed 10 GENDER, Voortteelen.

From generation to generation, staan, vaardig zyn , opgetooid GENEALOGÍST, Eon geslacht be Van geslacbte tot geslacbte. weezon. fobryver,

He lived to fee four generations

from

kruid. )

[ocr errors]

from him, Hy leefde tot dat by The genial bed, Het bruids, a Genteel, (cr like a gentleman) zyne nakomelingen in 't vierde bed.

Fatfoende’yk. gelid zag.

GENIAL, (natural,) als, The Genteelness, (in cloaths) Netbeid Generation, or a great many) natural heats, Natuurlyk, als, in kleeding. Een grootę menigte.

de natuurlyke warmte.

a Genteelness , (gallantry, or aThere is a whole generation of GENICULATION, Kniebuiging. greeableness) Aangenaambeid,

them, Daar is een groote mé. GENITAL, (or serving to gene bevalligbeid. nigte van bun.

ration) Dat tot de voortteeling Genteelly, Aardiglyk, op een geesGenerative, Voortteeling, voorttee behoort.

tige wyze. lende.

The genital members , De teel. Genteelly, (or nobly) EdelmoeThe generative faculty, Het voort deelen,

diglyk. teelend vermogen.

GENITALS, the male's privy parts, GENTIAN, Gentiaan, [zéker Generical , Geslacltelyk, dat tot bet De mannelyke deelen. gelacbt beboort.

GENITIVE, (or the genitive case, GENTIL, (or maggot) Een boutGENEROSITY, Edelmoedigbeid , one of the six cases in Latin grootinoedigheid.

nouns) Van, van den, van de, GENTILE, (or heathen) Heiden. A great piece of generosity, Een van bet. als ; The sword of The gentiles, de Heidenen. édelmoedige daad.

Gideon, Het zwaard van Gi. GENTILE, (or like a getleman) Generosity, (or liberality) Mild deon.

zie Genteel. daadigbeid.

GENITOR, a Father, or begetter, Gentilisin, 't Heidendo:n. Generous, Edelmoedig , grootmoe een Vader, of voortteelder. GENTILITY, Edelmanscbar. dig.

GENITOR, zie Genitals. GENTLE, (mild, or moderate) He is too generous, he has too GENIUS, (good or bad apgel) Zagtmoedig, mastig. generous a soul, to forget to Goede of kwaade Engel.

A gentle fit of an ague, Een maginuch love, Hy is al te edeb The good and bad genius, De tige vlaag van de koorts. moedig, by beeft een al te édel goede en kwaade geejten.

He is very gentle, Hy is zeer meedige ziel om zo veel liefde Genius, (one's temper, talent, aardig. te vergeeten.

or dispolition ) Temperament, A gentle fall, Een ligte val. Generous, (free of liberal) Vry begaafdbeid, aart, gesteltenisTe, Gentle, (or tame) Ton. of mild.

Ternuft.

A lion very gentle , Een zeer tamGenerously, or nobly) Nobel. He has a good genius, Hy heeft

me leeuw. Generously, (or courageously) een goed begrip.

A gentle horse, (a horse that Dapperlyk.

He has a fine genius for poetry, gives exact obedience to the Generously, (or liberally) Mild Hy beeft veel begaafdbeid tot de rider) Een mak paerd. daadiglyk. digtkunde.

A tercel gentle, Een leerzaame Generousness, Edelmoedigbeid, groot. His genius does not run that way,

Valk. moedigheid.

Hy is daar toe niet bekwaam. Gentle reader, (an expreflion GENESIS, (the first book of Mo. Do but observe the genius of the formerly used in prefaces) Bejes) Genesis.

age, Geeft maar acht op de beer fcbeide Leezer. GENET, a Spanith genet-horse, fcbende finaak der tyden.

A gentle river, Een zacht ruis. Een Spaanjcb paerd. GENNET, zie Genet.

scbende Rivier. To ride upon a Spanish genet, GENNIT, or genniting, Een zé- GENTLE, zie Gentil. Op een Spaanseb paerd ryden. keren Appeh

GENTLEMAN,(or gentleman born) Genet, the Spanish genet, which GENT, (handsomely clad) Aardig, Edelman, zie Nobleinan. the King of Spain presents fraai gekleed.

Gentleman, (one that is no gentyearly in ceremony to the Po A. Gent.is een verkorting van leman born, nor no trades. pe, as a tribute for the King. Gentleman, waar van men zich man) Een Heer. Iemand die dom of Naples, which he holds meest bedient op de brieven, boven bet gemeen verbéven is. of the Pope, Het Spaansche als, To Mr. E. Venn, Gent. A. In de aanspraaken die de Kopaerd, 't welk de Koning van GENTEEL, (or fine) Aardig, net, ning van Engeland, van den Spanje plecbtig aan den Paus ver fraai.

Throon, aan het Parlement eert, als een tribuit voor bet ko A genteel suit of cloaths, Een doet, gebruikt Hy altoos de ningryk Napels. rette kleeding.

uitdrukking van Mylords and There is also a sort of cat in Genteel, (or handsomely clad) Gentlement, 't welk door geSpain, called genet, and so is Net gekleed.

noegzaam alle onze Couranthe skin of it, Een zékere Spaan He goes very genteel , Hy is zeer tiers, en maandelyksche Schry. sebe kat, als ook bet vēl van denet.

vers, zeer verkeerd word verzelve.

Genteel, (or gallant) Hoffelyk, taald door;Mylords en Edellieden, GENEVA, Jenever.

wellévend.

want de Lords zyn Edellieden, GENIAL, Geneuglyk, vrolyk.

Genteel, (that has a genteel car

en de Gentlemen Heeren, Genial, for festival days ) Feestdagen. riage) Bevallig.

dat het veel béter zyn zou, Рp3

Edel

20

« FöregåendeFortsätt »