Sidor som bilder
PDF
ePub
[merged small][merged small][merged small][merged small][ocr errors][ocr errors][merged small][merged small][merged small][merged small]
[blocks in formation]

zaaken.

He has fome knowledge of the
Latin, Hy beeft eenig begrip
van 't Latyn.
Knowledge, (or learning) Ge-

leerdheid.

A man of deep knowledge, Een
zeer geleerd Man.

He is a man without knowledge,
Het is een ongeleerd Man.
To have a carnal knowledge of
a woman, Een Vrouw beken-

nen.

Known, Geweeten, bekend, gekend, The like was never known, Dier gelyk is nooit geweeten, of is nooit bekend geweeft.

If this comes to be known, Zo
dit geweeten wordt, zo dit be-
kend wordt.

He is known by that name, Hy
is by dien naam bekend.
It is well known 't Is wel ge-
weeten, 't is wel bekend.

"

He is known by every body, Ieder-een kent bem.

*He is better known than trus

ted, Hy is zo wel bekend dat niemand bem vertrouwt. A thing easy to be known, Eene

zaak die ligt te weeten is. To make a thing known, Eene zaak openbaaren, bekend maa

ken.

KNU.

to KNUBBLE, † Vuiftlook geeven. I fhall knubble your chops, tIk zal je op je kop komen, ik zal je de ooren eens wryven. KNUCKLE, Een knokkel.

The knuckles of the fingers, De
knokkels van de vingers.
A knuckle of veal, Een kalfs
Schinkel.

KNUR or Knurl, Een kwaft, [in
hout.]

Knowled, Geluid.

Knurled, Kwaftig.

Knowler, Een klokkenluider.
KNOWLEDGE, Kennis, weeten-
Sebap, kundfchap.

KUE.
KUE, Konftwoord, zie Cue.
LAB.

Not to my knowledge, Niet met
myn weeten.

Without my knowledge, Buiten ABEFACTION,

king, zwakmaaking.

I. DEEL.

Ggg

Verzwak

to LABEFY, Verzwakken. LABELS, Linten bangende aan kranfen; ftrooken parkement bangende onder aan een bezégelden brief; afbangende ftrooken in een wapenfchild, betékenende den oudsten broeder.

LABENT, Vallende, glydende, voorbyloopende of vlietende. LABES, Een vlek, smet. Labes, Dikke lippen. LABIAL, Tot de lippen behoorende. Labial letters, Lip letters. LABORATORY, 't Stookhuis van een Chimift. LABORIFEROUS, Arbeid aanwendende.

LABORIOUS, Werkzaam, arbeid.
zaam, -werkelyk, moeije-
lyk.
Een werkzaam

A laborious man,
Man.

A laborious piece of work, Een moeijelyk ftuk werks. Laboriously, Arbeidzaamlyk. Laboriousness, Arbeidzaambeid, wer

kelykheid, mooijelykheid. LABOUR, Arbeid, moeite, werk. It is worth the labour, 't Is de moeite waard, I

He enjoys the fruits of his labour, Hy geniet de vruchten van zynen arbeid.

L

You will lose your labour, Gy
zult moeite vergeefsch doen.
He lives upon his labour, Hy
leeft van zynen arbeid.
Hercules his twelve labours, De
twaalf werken, of daaden van
Herkules.

A woman's labour, Eener Vrou

wen arbeid.

To be in labour, to cry out, In baarens nood zyn.

I

She is in labour, Zy is in arbeid, zy beeft den arbeid op den bals.

[blocks in formation]
[ocr errors]
[blocks in formation]
[ocr errors]

He laboured very hard for it,
Hy heeft er zeer veel moeiten
om gedaan.

They laboured not to be ador-
ned in their speech, Zy poogden
niet, (zy deeden geen arbeid om)
bunne rédenvoeringen op te cie-

A lace, Een véter, rygfnoer.
A twifted lace, Een koord.
A lace cravat, Een kante das.
Silver lace, Zilvere kant.
A lace-man, Een kant verkooper,
passement werker.

A lace, (to lace a fuit) Een
paffement.

Lace-maker, Een kantmaaker, Spel-
dewerkster.

to LACE, Omboorden, beboorden,
bezetten, toerygen.

To lace with galloon, Met man-
telkoord bezetten.

To lace a petticoat, with gold
lace, Eener Vrouwen rok met
goude paffementen beleggen.
To lace a cravat, Een kant om een
das zetten.

To lace a livery fuit, Een levery-
kleed met koorden beleggen.
t To lace one, to lace his coat,
Iemand den rok uitkloppen,

bëlder afroffen.
To lace, (or tie) Knoopen.

ren.

They laboured in vain, Zy arbei-To lace a woman's ftays, Eener
den te vergeefsch

Vrouwe keurslyf_rygen.
To lace coffee, Suiker in de kof-
fy doen.

A laboured periode, Een door-
wrochte periode.
Labourer, Een arbeider, daglooner,
opperman.

1

A labourer is worthy of his hi-
re, Eenen arbeider is zyn loon
waardig.
Labouring, Arbeiding, pooging,
arbeidende, poogende.
A labouring beast, Een last dier,
laft beeft.
Labourfom, Laftig, verdrie-
tig, verveelend.
LABROSE, Dat een boord of rand
beeft.

Laced, Met kant bezët, omgeboord,
gerégen.
LACERABLE, Verfcheurbaar.
to LACERATE, Scheuren, van een
trekken.
Laceration, Verfcheuring.
LACERTOSE, Grof van spieren,
Sterk van zenuwen.
→LACHES, (for flacknefs or ne-

gligence) Traagheid, verzuim.
LACHRYMÁL, Traanende, zype-

lende.

LABRUM, Het boord, den oever.
LABYRINTH, Een doolhof,

verwarde zaak.

To be in a labyrinth of trou-
bles, In eene Zee van zwaa-
rigbéden verzonken zyn.
LAC.
LACCA, (a kind of gum) Gom-
lak.
LACE, Kant.--

Gold lace, Goude kant.
Gallon-lace, Galon, mantelkoord.
A hair-lace, Een baairfnoer.
A neck-lace, Een bals-fnoer, ket-to
ting.

A neck-lace of pearls, Een paerl-
Snoer.
Bone-lace, Gefpeldewerkte kant.
Tape lace, Koord.

}

A lachrymal fistula, Oogpyp, traan-
pyp in den boek van het oog.
LACINIATED, Getand.
LACING, Omboording, bezetting
met kant, omboordende.
LACK, Gebrek, beboeftigbeid.

1

In love is no lack, in de liefde
is geen gebrek.
Lack of money, Gebrek aan
geld.

=

A lack wit, (a block head) Een
dom-oor.

Lack, Gomlak, Zaadlak, zie
Lacca.

LACK, Ontbreeken, noodig heb

ben.

There lacks but little on 't, Daar
Scheelt maar weinig aan.
To lack (or to long) to fee one,
Verlangen om iemand te zien.

What d'ye lack, Wat ontbreektu? wat moet je bebben? LACK-A-DAY! Wat! bey! is 't mo gelyk! flapperloot! Lacking, Ontbreeking, breekende.

ont

Here is something lacking, Hier ontbreekt iets aan. Lack-work, Lakwerk. LACKER, Zéker vernis, voornazmelyk uit lak beftaande, 't welk toont als goud.

A lacker hat, (without stiffening)
Een ongegomde boed.
LACKEY, (or Footman) een Lyf
knecht, Lakey.

LACONICK, Kort, beknopt, [fpree-
kende van eenen ftyl.]
After a laconick way, Op eene

beknopte wyze.

LACONISM, Een korte en zaake lyke manier van Spreeken. LACTANT, Zuigende, melk gee

vende.

LACTATION, Zuiging. LACTEAL, Melkagtig, tot melk beboorende.

The lacteal veins, De melk-ade

[blocks in formation]

LADY, Mevrouw, een Adelyke,
Vrouw.

A. Deezen tytel komt in Engeland
eigentlyk een Vrouwsperfoon
van meer dan gemeenen ftaat
toe, gelyk de Vrouwen en
Dochters der Ryksraaden of
Vrouwen der Ridders; behal-
ve dat men dien ook wel aan
Koninginnen en Konings Doch-
ters geeft.

a Lord and his Lady, een Heer en zyne Gemaalinne.

I met the gentleman and his lady, Ik ontmoette den Heer en zyne Vrouw.

A. Onze Néderduitfche Vertaalders, en byzonder onze Courantiers, (die dog doorgaans een armhartige batterdtaal gebruiken) zyn altoos geweldig in de war, met de Tytels der Engelfcbe Heeren en Vrouwen. Dus vind men altoos de aanfpraak des Konings aan het Parlement, Mylords and Gentleman, door hun vertaald; Mylords en Edellieden, dat geheel verkeerd is: want de Lords zyn de Edellieden, zo dat het béter zou zyn Edelen en Heeren. En om hun daar in te hulp te komen, dient de volgende lyft der Tytelen.

[blocks in formation]
[blocks in formation]

LAL
LAICK, Een leek, zie Laiman.
Laical, Leekfcb, tot de leeken beboo-

rende.
LAID, (van to Lay,) Gelegd, ge-
leid.

A defign ill laid, Een kwaalyk
aangelegd ontwerp.
Land laid up,, or lain, or lay.
land, Braakland.
Thofe things are quite laid down,
Men beeft gebeel van deeze zaa-
ken afgezien, men boort 'er niet
meer van fpreeken.
Laid afide, Ter zyde ge..
}
Laid by,
legd.
They had a great opinion of that
-plan, but now it is laid aside,
Zy badden een groot denkbeeld
van dat plan, maar ny zyn zy
'er van afgestapt.

Ggg 2

[blocks in formation]

to

LAG behind, Agter aan komen,
draalen, zammelen.
LAGAN or LAGON, Een uitworp,
waaren of goederen die men by
ftorm in Zee werpt.
LAGGER, Een zammelaar.
LAGMAN, Een zammelaar, een talm
ook de laatfte van zyn geflagt,
iemand die van de deugden zyner
Voorouderen ontaard is.
LAGWORT, Peftilentie wortel.

a

artzeny.

A lambent flame, Een ligte, vervliegende vlam, als die van aangeftoken Brandewyn. LAME, Lam, kreupel. To go lame, Mank ken.

[ocr errors]

Lamb's-wool, Lams avol.

Lamb's-wool, (Ale toasted with pippins in it) Ale (Sterk bier) daar gebraade appelen in gedaan zyn.

LAMBENT medicine, Een flik

[ocr errors]

gaan, bin

Lame of one leg, Kreupel aan één been.

[ocr errors]

Lame of one hand, Maar eene band tot zyn gebruik hebben. 4 Lame, (imperfect, faulty) Gebrekkelyk, lam.

A lame expreflion, Een lamme uitdrukking.

A lame account, Een gebrekkelyk verflag.

A laine comparison, Een lamme vergelyking.

A lame fpeech, Een lamme réde, -een-kreupel gefprek

**

to

to LAME, Verlammen, lam maaken,', verminken.

Lamed, Verlamd, verlemd, verminkt.
Lamely, Lamachtig.

*

He goes very lamely to work, Hy gaat er zeer lam mee te werk. Lameness, Lambeid, kreupelheid. to LAMENT, Weeklaagen, kermen, bekërmen, bejammeren, beklaagen.

He lamented her lofs, Hy beklaagde baar verlies. Lamentable, Beklaagelyk, jammerlyk, beweenelyk. Lamentably, Op eene beklaagelyke wyze. She cried out lamentably, Zy fchreeuwde jammerlyk. Lamentation, Weeklaage, jammer

klagt, gekerm, geklag. The lamentations of Jeremiah,

De Klaagliederen van Jeremia. Lamented, Geweeklaagd, bejammerd, beklaagd, gekermd. Lamenter, Weeklaager, treurder, builder.

[blocks in formation]

1

To couch the lance, De lans
vellen.
Lance, lanceman, or lancier
Een krygsknegt die met eene Lans
gewapend is.

to LANCE, Vlymen, doorvlymen,
opvlymen.

To lance an impofthume, Eene
zweer doorvlymen.

Lanced, Opgevlymd, doorvlymd.
Lancer, Een Speer-draager,
Lance-man- } lansknecht.

LANCEPESADO, een Adelborst,
Landspezaad.

LANCET, Een vlym, laat-vlym,
lancët.

to LANCH, Neerfcbieten, neerfprin
gen.

To lanch a fhip, Een fchip doen
afloopen.
And fo he lanched into eterni-
ty, En daar op fcboot by neer in
de eeuwigheid. Dit wordt wel
gezegd als iemand, dien men
ophangt, van de ladder geftoo-
ten wordt.]

To lanch out into many revi.
ling expreffions, Tot veele fmaad-
rédenen uitfpatten.
I'll lanch into the water, Ik zal
my in 't water laaten zakken.
Lanched, Neergefcbooten, afgeloo-

pen.

To be lanched into the world,
In de waereld getreeden zyn.
Lanching, Neerfcbieting, aflooping,
neerfchietende.

[ocr errors]

LAND, Land.

A fruitfull land, Een vruchtbaar
land.

Arrable land, Bouwland.
To buy land, Land koopen.
Land of inheritance, Erflanden.
By fea and land, Ter Zee en te
Lande.

A land fteward, Een rentmeefter
der landgoederen.
Lay-land, Braak-land.
Lands, Landeryễn.

Land-mark, Een' baaken, grens-
paal.

to LAND, Landen, te lande zet-
ten, te lande komen.
To land, (or make a defcent)
Eene landing doen met krygs-
volk,
Landed, Geland.

He has landed his forces, Hy
beeft zyne krygsmacht geland.
A landed man, Iemand die veel
lands beeft, die groote landeryen
bezit.

Landing, Landing, - landende.
Landing place, Een bekwaame
plaats om te landen.
LAND-FALL, (a fea term) Lan-
den, aan de wal komen.
LANDGRAVE, (an Earl, or Count
in Germany) een Landgraaf.
LANDGRAVIÄTE, Landgraaf
Schap.

to

LAND LADY, eene Eigenaares van
land of van een buis, buisvrouw,
slaapvrouw.
LAND-LORD, een Eigenaar van
land of buizen, Huisbeer.
Land-lord, Hofpes, berbërgier, waard.
The head-land-lord, De grond-
beer, leenvoogd.
LANDRESS, Eene wafchter.
Landry, Een wachery, waschbuis,
wafcbplaats.

LANDSKIP, een Landschap, [in
een tékening of schildery afge
beeld.]
LANE, Een laan', fleeg..

They went through a lane of fol-
diers, Zy gingen tusschen twee
ryen Seldaaten door.
LANGATE, Een linnen windfel,
voor wonden.
LANGUAGE, Taal, fpraak.

Land-cape, Een kaap, uithoek.
Land-captain, Een Kapitein te land.
Land-cheap, (an ancient cufto-
inary fine, paid at every alie-
nation of land) Cyns-geld, ver-

He gave me ill language, Hy
Sprak my leelyk toe; by gaf my
vuil befcbeid.

ponding, fcbatting aan den grond-This is no language, cried he beer te betaalen, wegens 't erfgoed in zyn Land of Gerecht verkogt; de 40fte Penning. Land-forces, Krygstroepen te land. Land-lady, land-lord, zie laager. Land-loper, een Land-looper, Vage

in a rage, for an honeft man to hear, Dit is geen taal, riep by verwoed uit, die een eerlyk Man aan kan booren.

47

bond.

She gave fair language, Zygaf
Schoone woorden.

The Hebrew, the Greek language, De Hebreeuwfcbe, de Griekfcbe taal.

Poetry is the language of the
God's, De poëzy is de taal der
Goden.

You

[ocr errors]

You talk there a very ftrange, language, Gy fpreekt daar een wonderbaarlyke taal. The Greek is at prefent a dead language, Het Griekfch is thans een doode taal, dat is te zeggen, die niet algemeen gesproken wordt, of de hoofdtaal van een byzonder Volk is. Profeffor in the Oriental languages, Profeffor in de Ooftersche

taalen.

"

In the order of Maltha, four different languages, or nations are diftinguished. Viz. Knight of Maltba, of the language of Provence, of Auvergne of Germany, of Arragon, In de order van Maltha, worden vier Landfpraaken of Landaarden onderfcheiden, als; Maltheefch Ridder uit Provence, Auvergne, Duitschland en Arragon. Languaged; well languaged, Die

eenen goeden ftyl beeft. LANGUENT, Quynende. LANGUID. Flaauw, flap. to LANGUISH, Quynen, uitteeren. To begin to languish, Aan't quynen raaken.

"

To languish in mifery, In elende quynen.

To languish with imperfect health, Ongezond zyn, een quynende ziekte bebben.

To languish one's days in forrow, Zyne dagen in droefbeid eindigen.

Languished, Gequynd.
Languishing,
Languishment, Quyning.

A languishing life, Een quynend leeven.

A languishing lover, Een quymend minnaar. Languishingly, Op een quynende wyze.

Languor, Quyning. to LANIATE, Hakken, in ftukken fnyden, fcbeuren.

LANK, Schraal, rank, mager, fluik.

Lank hair, Sluik baair. Lankaefs, Rankbeid, Schraalbeid, magerbeid, fluikbeid. LANNER, or lanner hawk, Azelbay, wyfjes jacbtvogel, die op de Haze- en Patryze-jacht ge

bruikt word. LANSQUENET, Lansknegten, een zéker kaartspël.

to LANT, (to mix with urine)
Met pis mengen.
Lanted, Met pis gemengd.
LAN TERN or LÄNTHORN, Een

lantaarn.

A magical lanthorn, een Toverlantaarn.

A lantern in a fhip, Scheeps vuur

lantaarn.

A dark lantern, Een dieve-lan-Lappets, Slippen eener Vrouwen
taarntje, flonsje.

Lantern-bearer, een Lantaarndraager.
Lantern-maker, een Lantaarnmaa-
ker, Blikflager.

The Admiral has three lanterns
behind his fhip, Den Admi-
raal, 't Admiraals-fchip voert drie
lantaarnen agter op.
A lanthern, (or turret in a buil-
ding) Een toorentje rondom met
glazen, een uitkyk in een ge-
bouw.

LANUGINOUS, Donsagtig.
Lanuginousnefs, Donsagtigheid.
Lanugo, Vasbaard.
LAP.
LAP, Een fcboot.

She had the child upon her lap,
Zy bad bet kind op baaren fcboot.
Every thing fell into his lap,
Alles liep bem méde.
The lap of a garment, De plooi-
jing van een kleed.
A lap dog, Een fchoot bondtje,
Juffrouws-bondtje.
The lap of the ear, Het oor-
lapje.

Lap-eared, Lang-oorig, bang-oor. to LAP, Likken, [gelyk de honden als zy drinken] Лlobberen. To lap, (or cover) Bedekken, verbergen.

To lap fomething about a commodity, Koopmanschappen er. gens mede bedekken.

To lap up, Bewinden, toeslaan,

toevouwen.

Lapidefcence, Steenwording, verfteening.

Lapped, Gelikt, geflobberd.
Lapt up, Toegeflagen, toegevou-
wen, bevonden.
LAPIDABLE, Steenigbaar. [Dit
woord wordt op een boertige
wyze ook wel gebruikt voor
Huuwbaar.]
LAPIDARY, een Juwelier, Koop-
man van gesteente.
Lapidary verfes, een Grafdicht.
LAPIDATION, Steeniging.
LAPIDESCENT, Steen wordende,
tot fteen verbardende, tot eenen
fteen groeijende.

Ggg 3

Lappet, 't Pand [van een wambes of rok] of bet opflag van een

mouw.

kapfel.

LAPPING, Likking, geslobber,
bewinding, toeflaaning.
LAPSE, Een val, verzuim.
→LAPSE, (A term of the canon
law: the forfeiture of the pre-
sentation to a benefice, or li-
ving, which not being col-
lated within fix months after
the death of the Incumbent,
devolves to the diocefan, or
Bishop, then, upon the fame
account, to the Metropolian,
or Arch-bishop, and at laft to
the Crown) Verval van eene
prove.
Lapfed, Vervallen, gevallen, ver-
zuimd.

A lapfed benefice, Een prove die
zes maanden door verzuim des
Patroons blyft open staan.
The lapfed condition of man,.
De vervallen staat van den
menfch.

LAPT, from to Lap, zie Lapped. *He was lapt (or wrapt) in his

mothers fmock, Hy is zeer bemind van 't Vrouwvolk. LAPWING, een Kievit.

LAQ. LAQUEUS, Een strop, firik,

val.

LAQUEUS, De navelftreng.

LAR. LARBOARD, Bakboord, (de flir kerzyde van 't schip als men agter op ftaat met het aangezigt na 't voorftéven gekeerd.) →LARCENY, Dievery, diefstal. → Great larceny, Diefftal die meer

dan een Engelfcbe fchelling in waardy bedraagt, welke voor Felony gerekend wordt, (zulks dat een Dievery van een Ryksoord Hollandfch, op 't naauwst genomen, volgens de Engelfche Wet de galg zou zyn.) Petty larceny, Dievery van min

der dan een Engelfcbe fcbelling. LARCH tree, Lork-boom, zie Larinch-tree.

LARD, Varkens reuzel, (die men in Engeland finelt en in een blaas giet, en zo bewaart om pannekoeken mee te bakken); als

« FöregåendeFortsätt »