Sidor som bilder
PDF
ePub

BLU.

tafel.

to BLOW (as a flower), Bloei- | BLUNT, Scomp, bot , plomp, onbe.

BLY. jen.

bouwen.

(t) BLYSS, Brydfcbap, vreugde. Blower, een Blaazer, waaijer. A blunt knife, Een stomp mes.

BO. Blowing, Geblaas, gewaai, waaijing; A blunt fellow, Een ongeschikte BO. * He cannot say bo to a goose, blaazende, waaijende. vent, een plompe boer.

Hy heeft in 't gebeel geen praats, Blowing weather, Windig weer. A blunt-headed Iance, Een afge by zit of by geen drie kan tellen. Blown, Geblaozen, gewaaid.

BOA. broken schicht, een stompe lans. One might have blown them to BLUNT, Stomp maaken, verston- BOAR, een Beer-zwyn, 't mannetje down at a blast,'t Minste wind pen.

van een verken. je zouze om ver waaijen.

To blunt a point, Een punt stomp a Wild boar , Een wild verken. Blown up, Opgevloogen, gesprongen, maaken.

a Boar-pig, Een jong wild ver[als door buskruid.)

To blunt the pain, De pyn ver keni. (t) BLOWZE, Een rood bol bakkes. dooven.

a Boar-spear, Een zwynspriet. BLOWZY, Rood van trooni. Blunted, Stomp geworden.

BOARD, 'Een plank , deel, bord, Bluntly, Bottelyk, plompelyk. BLUB, Gezwollen, bol.

Bluntness, Stompbeid, botbeid, plomp-A loose board, Een lo[Te plank. BLUBBER, Walvisch spek.

heid.

A chess-board , Een schaakbord, to BLUBBER, De wangen opblaazen. BLUR, Een klad, vlek, Smet.

dambord. BLUBBER lipd, Groote dikke lippen. to BLUR, Bekladden, bevlakken. On board, on ship-board, Aan BLUE, Blaauw. Blurred, Geklad, beklad.

Scbeepsboord, na boord. A blue ribbon, Een blaauw lint. 10 BLURT out, Vitrammelen, uit-To calt over board, Overboord + A blue Apron Statesman, Een labben.

werpen, buiten boord smyten. bierenbroods Politiek. Blurted out, Uitgelabt.

BOARD, De koft (Spys en drank.) B True blue, Schoon blaauw. He blurted out an odd word, Hy He entertains him at his board,

A true blue Protestant, Een styf rammelde een misselyk woord uit. Hy geeft hem de kost.
boofdig Protestant.
BLUSH, een Blos, bloozing.

To deal above board, Openbar+ He looked blue (or blank) upon A blush appeared upon her face, tig te werk gaan.

it, Hy stond zeer verlegen, Zy kreeg een blos in baar aan I am above board, + Ik beb myn Hy keek als piet snot. gezigt.

koeitjes op 't droog. ++ It wil be a blue day for him, To put one to the blush , Iemand A falling board, Een trapdeur Het zal een Negte dag voor bem eene kleur aanjaagen, bescbaamd

een luik. zyn.

maaken.

BOARD, Council-Board, De tafel Blue (a colour given to iron,) At the first blush, Ten eersten, op in de Raadkamer. Geblaauwd Tzer of Staal. 't eerste gezigt.

a Member of the board, Eenz The blue (or bloom of fruits,) To get a blush of a thing , lets Lid van den Raad. De bloem of blollem van zékere met een zwenk zien.

to BOARD, Met planken beleggen, uruchten.

He put his sister to the blush, bezolderen , bevloeren, bescbieter. BLUEBOTTLE, Een groote vlieg, Hy jaagde zyne zuster eene ko To board a fhip, een Scbip aan koorn-bloem. leur aan.

boord klampen. BLUED, Verlegen gemaakt, be to BLUSH, Bloozen, rood worden, To board it up, of to make a schaamd. schaamrood worden.

board, Loeven, naar de windo y + 1 Bluely, Adv. He came of blue To make one blush, Iemand doen opzeilen.

ly, Hy kwam 'er blaauw af. bloozen, beschaamd maaken. To board a woman, Een Vrouws. to BLUFF, Blinddoeken.

I blusht at it, Ik kreeg 'er een ko persoon aanspreeken. BLUISH, Blaauwachtig.

leur van.

to BOARD, Ter kost gaan, of BLUNDER, Een misstal , fout , ver- Blushing, Bloozing, schaamroodwor kostgangers bouden. gilling.

ding; bloozende.

Board-wages, Koftgeld. BLUNDERBUSS, Een donderbos. to BLUSTER, Stormen, bulderen, Boarded, Met planken belegd. to BLUNDER, Onbesuisd iets doen, tieren, guiven.

a Boarded foor, Een bouten vloer, rompslomp daar over been loopen. Blustering, Een gebulder, geguif, The boarded bottom of a bed. To blunder a thing out, lets on getier, geraas.

stead, De onderlagen van een bedacht uitrammelen. Blustering, Stormachtig.

bedstede. To blunder upon a thing, Iets Blustering weather, Stormig weêr. Boarder, Een kostganger, disgenoot. verkeerd bevatten, of voortbren a Blustering wind, Een bulderen- Boarding, Een beschieting met plangen. de (of guivende) wind.

ken; kostgang Blundering, Een baastig gestommel, a Blultering noise, Een yslyk ge The boarding of a ship, De enonbesuisd. tier en gebulder.

tering van een scbip, aan boord A blundering fellow, Een onbe a Blustering style, Een opgeblaa klamping Juisde vent.

zen styl.

a Boarding Ichool, Een kostschool. BLUNKET, Een zékere ligt-blaauwe a Blustering fellow, Een bulderen- BOARISH, Varkenachtig, boerscb, kleur. de vent.

plomp.

BOAST,

BOA. BOB. BOC. BOD.

BOD.

BOD. BOG.BOH.BOI.BOL. 63 BOAST, Geroem, gepocb.

BODLIKINS, or Bodikirs (a co a Busy-body, Een albescbik, beTo make a boast of a thing, Op mical oath) Slapperloot !

moeial. iets roemen. Bodily, Licbaumlyk.

BODIES, or a pair of bodies, Een * Great boast, small roast, * Veel BODKIN, Een bairnaald, priem, Niklyf, een ryglyf. gesebreeuw, en weinig wolle. bair-tang.

Big-bodied, to BOAST , Pocben, roemen, roem BODY, Een lichaam, lyf.

W cli-bodied, } Lyvig , dik, grof. drasgen, boogen, snorken, boog The body and soul, Het lichaam

BOG. op eeuen.

en de ziel.

BOG, Een moeras. He boats of his exploits , Hy The Parliament went thither in a Boglanders, Een bynaam aan de leren

zwetst wakker van zyne daaden, body, Het Parlement ging ge gegeeven. Boalter , Een pocber , snorker , blaas zamentlyk (en corps) derwaards. Boghouse, Een sekreet, beste kamer. ksak, groot spreeker.

A great body of men, Een groote a Bog-trotter, Een moeras-treeder, Boasting, Roeming, - roemende. boop krygsvolk.

(dus noemt men de Iersche Boasting words, Snorkery, zwet-Any body, lemand, ieder een. Roovers.] fery, op/nyery.

I do not fear any bodies finding to BOGGLE, Haperen, stameren. a Boasting fellow , Een pocber, of it, Ik ben niet beducht dat He did not at all boggle at it, froever. iemand bet vinden zal.

Hy stondt 'er niet verzet voor ; Boastingly, Pecbender wyze.

Let any body be judge, Ik stel by nain 't niet eens in beraad. BOAT, een Boot, schuit.

't aan bet oordeel van ieder een. BOGGLE-BOE, Een bullebak. To go by boat, In een boot of A sick body, Een ziek menscb. BOGGY, Moeralig, bob, broekig. Sebuit vaaren, met de scbuit rei A dead body , Een lyk, dood li

BOH. zen, béter, to go by water.

chaam.

BOHEE-TEA, Tbee-beci. a Packet-boat, Een pakket-boot. That wine has a good body , Die

BOI. a Ferry-boat, Een schouw, een wyn beeft een goed lyf, dat 's pont om over een rivier te zet cen lyvige wyn.

BOIL, Een buil, een zweer. tent.

The body of a Church, De buik to BOIL, Kooken. a Pallage-boat, een Veerschuit.

van een Kerk.

To boil fast, Snel kooken. a Fly-boat, een Fluit, Fluitscbip. The body of a coach, Het ruim

To boil a piece of ineat, Een stuk An advice-boat, een Advysjagt. van een koets.

vleefcb kooken. Boatman, Een sebuitevoerder , roeijer. The body of a tree, De stam van

To make the pot boil, De pot Boat-swain, een Bootsman.

een boom.

doen kooken. a Boat-hook, een Bootsbaak. a Body of people, Een genootschap To boil away, Verkooken. a Boat-staf, een Bootsbaak.

van menfcben.

Boiled, Gekookt, gezooden. a Boat-bowl, Een fcbuitswyze drink a Body of the Civil Law, Eene ver Half boiled away, Half verkookt, sebaal, een drinkscheepje.

zameling van Burgerlyke wetten, Boiler, Een keuken-fornuis, groote BOB. Groot Plakaat-Boek , Corpus Ju

kétel. BOB, Begekking, boert.

ris Civilis.

Boiling, Kooking, kookende. BOB, De kwast van een staert; a Body of Divinity, Een saamenstel Boiling-hot, Ziedend beet. een korte Paruik. van God geleerdbeid.

BOISTEROUS, Onstuimig , stormBOB, Een oorstrik, pendant. a Body of foot, Een bende voet achtig, windig. Bobbig, Gefop; been en weer

volk.

Boisterous weather, Storming of Ningering; - slingerende. a Body of horse, Een bende rui onstuimig weër. to BOB, Begekken, bedriegen, loe tery, een trop ruiters.

ama Boisterous fellow, Een oplooren, foppen; bengen te fin Every body, 'Een iegelyk, ieder pende vent. geren.

een, elk een, alle mensben. Boisterousy, Onstuimiglyk. Bobbed, Begekt, geloerd.

Every body was for him, leder Boisterousness, Onstuimigbeid. a Bob-tail, Een afgekapte staert, of een stondé bem voor.

BOL. een kuaft.

It is in every body's mouth, Al- BOLD, Stout , koen , vrymoedig , ona Bob-wigg, Een korte Paruik. le mnenschen bebben 'er den mond bevreesd , onuertsoagd, vrypostig. BOBBIN, Een Babyn, klos, pyp.

vol van.

a Bold soldier , Een Stout Soldaat. BOC.

No body , Niemand , niet ben a Bold fellow, Een stoute, een BOCCASSINE, Fyn gewascht doek, menfcb.

vrypostige gast. fyne trilje.

There is no body here but we, a Bold face, Een onbeschaamde BOD.

Daar is niemand hier dan wy trooni. to BODE, Voorzeggen, voorspellen.

alleen.

To put on a bold face, Zicb Boded, Voorspeld.

No body understands him, Geen verstouten. BODICE, Een ryglyf zonder baly mensch kan ben verstaan. It is a bold part of him, Het is sa, korset.

The Queen's body-coach, De lyf een stout bestaan van bem. BODIED, Ex. Big-bodied, Dik,

koets der Koninginne.

To make bold, De vrymoedigbeid Some body, Iemand.

neemen, zich verstouten. BODILESS, Onlicbeamelyk. Any body, Éven veel wie, ieder een. I fall make bold, Ik zal de vry

more

over.

}.

to BOLSTER up, Opvullen, onder- BOMBAST, Bombazyne of kattoene Boneless, Beeneloos, zonder beende

moedigheid neemen, ik zal my To bolt a case, (to argue upon

To be in bondage, een Slaaf zyn, verstouten. it) Een zaak beredeneeren, on

in saaverny zyn. We have made bold to speak,

derzoeken.

BONE, Been, graat. Wy hebben de vrymoedigbeid ge- To bolt out, something ridi

He is all skin and bones, Daar bruikt om te spreeken.

culous, lets belacbelyks uitflap is niets aan bein als vel en been. He is bold upon it, Hy is 'er pen.

I have given him a bone to pick, stout op: Bolted, Gegrendeld, gebuild.

Ik heb hem een been te kluiven Bold, (Cure, found and without BOLTÉR, Een buil, builmeulen. gegeeven. any danger,) Veilig , zonder a Bolter of meal, Een builder van * He made no bones of it, Hy gevaar. meel.

vondt 'er geen been in , by maakA bold shore, Een veilige Oever. Bolting, Het gebuil, builende. te daar niet eens zwaarig beid Boldly, Stoutelyk, 'onvert jaagdelyk, Bolting, (an exercise at Graysonbeschroomdelyk.

Inn , of less solemnity than their

+ t To fall upon ones bones, leBoldness, Stoutheid, koenheid , vry Moor) Een rédentwist in de mand op 't lyf vallen, afkloppen. moedigheid, onvertfaagdbeid. Rechtsgeleerdbeid.

I tremble every bone of me, Pole, Kom, zie Bowl.

A bolting-hutch, Een trog daar Daar is geen lid aan myn lyf BOLÍNGS, or Bowlings, Boelyns, men 't meel in zift.

of bet beeft. zékere touwen aan de zeilen. BOLT-ROPE, (the rope whereto You lazy bones, You luijen vléBOLL, Stam, balm.

the fail is sowed,) De Lyken

gel. Boll of flax, Vlasbalm, stam van

van een zeil.

The back bone, 't Ruggraat. bet Vlas. BOLT SPRIT, Een boeg.spriet.

The cheeck-bone, 't Kaakebeen, Bolled flax, Vlas dat een balm BOLUS, Subst. Brok, of Bolus.

, beeft.

t1 A quieting bolus, Een vergif The huckle-bone, Het beupbeen. BOLLIMONG, (or Boll-mong,)

tige pil.

The shin-bone, De Scbenkel, schinBoekweit.

kel.

BOM. BOLLEN, (or Swollen) Gezwol- BOMB, Een bem, bombe.

The bones of fish , Viscb-graaten. len.

Whale bone, Walviscb-been, baBOLSTER, Een boofdkussen , peu- BOMBARDS bomben scbieten. to BOMBE, Bombardeeren , met

lyn. luw, - Compres (om bloed

a Bone-letter, een Leézetter. Bombarded, Cebombardeerd. na een laating te stempen.)

to BONE, De beenderen uitbaalen. The bolster of a saddle, 't Kuffen Bombardment, een Bombardeering. Bombardeer, een Bombardier.

Boned, Van beenderen gezuiverd , vani een zadel. BOMBASIN, Bombazyn.

de graat uitgebaald.

, steunen, Styven.

voering. To bolster one up in his wicked

BONELY, Welgedaan, gezond. to BOMBĂST with coiton , Met ness, Iemand in zyne boosbeid

I am glad to see you look so bo.

watten voeren. tygen.

nely to day, Het is my lief te Bolstered up, Geftyd, onder- BOMBAST, Hoogdraavende wartaal,

zien dat gy 'er van daag, zo ydel gezwets. schraagd. to BOMBAST, Ter deege afrossen, BONE.LACE, Gespeldewerkte kant.

welgedaan uitziet. BOLT, Een grendel, bout. A bolt, Een werpspies.

faan.

BONEFIRE, Een vreugdevuur.

BON. ** A fool's bolt is foon fhot, Een

BONGRACE, Een Zonneschermtje gek kan men scbielyk den mond BOND , een Band, verband, ver

voor kinderen. snoeren.

binding, verbindfcbrift , obli- BONESPAVEN, Zéker gezwel aan a Thunder bolt, Een dondersteen gatie.

een Paerdsbiel. of donderslag:

a Bond of appearance', een Borg- BONNET, Een bonnet, ondermuts. He has shot his bolt, Hy beeft stelling om voor 't Recht te zub. The bonnet of a fail, Een stuk zynen fag gedaan. len verscbynen.

dat men onder aan een zeil rygt. Bolt upright, Zo recbt als een To enter into a bond, In een ver- BONITY, Goedheid. kaars.

bond treeden, sich verbinden. BONNY, Aardig., bupscb , (een to BOLT, Grendelen , To enter into bond for appearan

Schots woord.) ziften, - betwisten.

ce, Borg stellen dat men voor 't BONY, Beenig , beenachtig, volTo bolt a door, Een deur gren

recbt verschyner zal.

graaten. delen.

Pike is a very bony fish , De snoek to BOLT out, Uitschieten, uitpui- Bond-Nave,

beeft zeer veel graaten. len. a Bond-woman, Eene Slaavin.

BOO. Beto Bolt meal, Meel builen. Bonds, Boeijen, banden.

BOOBY, Een zékere Westindiscbe † To bolt (to lift or pump) out, He put him in bonds, Hy beeft Vogel, scholfert. Iemand listig uitvraagen.

bem vastgezet.

A great booby, Een groote scbolTo bolt a Coney, Een Konyn BONDAGE, Slaaverny, dienslaar fert, een onbeschofte flodder of op stooten. beid.

vlégel.

Booby

ren.

builen ,

a Bond-man, Een Slaaf.

, },

[ocr errors]

Booby, Een plomp onnozel menfcb,'| Boorithness, Boersbeid.

BORACHIO, Subst. (a Spanish wi® een zot.

a BOOSE, een O/le of Koeftal. ne vessel made of leather) Een BOOK, Een boek.

BOOSY, or Bosky, Half dronken. Spaansche ledere wynzak. To say without book, Van buiten He is boosy, *Hy beeft een knip, Bordagium, zie Bordland. opzeggen. (To say by hearth,) een verbeuging.

BORAX,(l'he tenure of Bord-lands) is veel beter gezegd. BOOT, Een laers, stével.

zie Bord-lands. To fall to one's books, Zicb tot To draw on one's boots, Zyne BORDEL, or Brothel, (a bawdyde boekoefening begeven. Laerzen aantrekken.

house,) Een bordeel , Hoerbuis. To be in any one's books, le To pull one's boots off, Zyne BORDER, De rand , kant, bet uimands scbuldenaar weezen , agter Laerzen uittrekken.

terste. jemands zaaken komen. A pair of boots, Een paar Laer

The borders of a country,

Landa To book a Debt, Een schuld aan

paalen, grenzen. tékenen, opscbryven.

Boot, De Laars. Pyniging of Straf They cannot agree about their a Book of record, Een aantéken der Misdaadigen. Men trektze

borders, Zy zyn oneens over de boek. Laarzen of Kousen van nat Pere

landscheidingen. Statute-books, Wet-boeken, Wil. kament aan, 't welk, by 't Vuur

The utmost borders, De uiterste Lekeuren.

gebragt, door krimping onver grenzen. a News-book, een Postryder, of draaglyk zeer doet.

The borders of a garment, De Maandboekje. Bootstraps, Litsen van binnen aan

Zoomen of 't boordsel van een a Bound book, Een gebonden boek.

de Laerzen om ze mee aan te

kleed. a Stiched book, Een ingenaaid trekken.

A border (among printers, ) Vigboek.

The boots of a coach, De Por net tot cieraad der boeken. a Book of accounts, een Koopmans tieren van eene Karos.

A border (of a garden,) Het sebryf boek, een réken boek. BOOT, Toegift, winst.

rabat van een tuin, to BOOK down, Te boek stellen, What will you give me to boot to BORDER upon , Aangrenzen, boeken. if we exchange? Wat wilje my

aanpaalen. Book-binder, een Boekbinder.

toegeeven indien wy ruilen?

The Province of Utrecht borders Book keeper, een Boekhouder. To much boot, Met veel winst. upon Holland, De Provincie Book-printer, een Boekdrukker. It is to no boot, Het doet geen

van Utrecht grenst (of paalt) aan Book-seller, een Boekverkooper.

nut, 't is te vergeefs.

Holland. a Book-seller's fhop, Een boekwin. It BOOTS little, Het doet weinig nut.

** Falthood borders upon truth, kel.

What booteth it? Wat voordeel De valsbeid volgt de waarbeid a Book - worm, Een boekworm , mot doet het? wat baat bet?

dicht op de bielen. of schieter. BOOTED, Gelaersd.

Those jests border upon profa| a Book-worm, Iemand die altyd aan + BOOT-HALING, Roof , urybuit.

neness, Zodaanige boerteryen 't leezen is. Boot-haler , Een roover, vrybuiter.

sebeelen weinig van openbaare Booked, Geboekt. BOOTH, Een tent , kraam.

gódloosbeid. Bookith, Boekacbtig.

Booth cloaths, Zeilen van tenten of To border together, Aan malkarsHe is bookith, Hy is een boek. kraamen.

deren paalen. minnaar, by is een lief bebber van BOOTING, Subst. (a kind of pu- Borderer , Een aangrenzer. boeken, of een student.

nishinent used in Scotland , by Bordering , Aanpaalende, aangrenBOOM, Een boom, mast, suitboom putting an Iron bar on the zende. voor een Haven.

Offender's leg , and driving an BORD-LANDS, Land dat een Heer, BOOMING, Alle de zeilen by zet Iron peg upon his thin bone,)

buiten 't verbuurde , tot gebruik ten. Een wreede pyniging in Scbot

van zyn tafel uitbedongen beeft. BOON, Een verzoek, gefcbenk, gunst, land, bestaande in een yzere bout BORE, Een beer-zwyn, zie Boar. voordeel.

die men de misdaadigers aan 't 1 BORE (did Bear, s sk verdroeg , Will you grant me one boon? been doet en een yzere pen,

[van Bear.] Wilt gy my een verzoek (of gunst) die langs de Scbeen word aange

He bore his age very well, Hy toestaan? dreven.

hieldt zich beel wel naar synex a BOON companion, Een goed BOOTLESS, Te vergeefs, uruch ouderdom. gezel.

teloos.

The BORE of a gun, De bolte To do a thing with a boon-gra- BOOTY, Buit, roof.

van een stuk gefcbut. ce, lets op eene bevallige wyze To get booty, Rooven, buit krygen.

The bore of a lock, Het gat vas doen,

BOP.

een Not. BOOR, een Boer, plonpaart. BOPEEP, Kiekeboe.

to BORE, Booren, doorbooren. ! Boord, zie Board.

To play at bopeep , Kiekeboe Spee

To bore a hole, Een gat booren. | BOORD, Boertery.

len.

Bored, Geboord. co BOORD, Boerten.

BOR.

Borer, Een boorder. to Boord, Ter kost gaan, zie Board. BORACE, zie Borax.

Boring, Een booring, doorlooring; BOORISH, Boerfcb.

boorende. I DEEL.

BORN,

[ocr errors]

BORAGE, Bernagie , [zéker kruid.)

BORN, Gebooren.

BOSPHORUS, eene Zeeëngte. To the very bottom, Tot op de Base-born, In onecbt gebooren. BOSS, Een knopje , bult, buil , pok

grond toe. First-born, Eerstgebooren.

kel van een Gebit.

I found an odd expression at the Still-born, Dood gebooren. The boss of a book, De knop bottom of his Letter, Ik vond Well-born, Welgebooren , eeriyk des beslags van een boek.

een misselyk uitdruksel onder aan van geboorte. Bosses of the body , Bulten aan 't

synen brief. Born of 'mean parentage, Van

lichaam.

+ The bottom of a business, De geringe ouders gebooren. Bossed, Gebult.

grond van een zaak. Born after, te death of his Father,

BOT.

But love was at the bottom of Posthume.

BOTANICAL,'t Geene tot de kruiden it, De liefde was 'er de wezendGentleinan-born, Een Heer van of plant gewassen beboort.

lyke beweeg oorzaak van. geboorte. BOTANICKS, Kruidkunde.

He complained of his acting on Born before his tiine, Ontydig BOTANIST, een Kruidkundige. a separate bottom, Hy klaagde gebooren, misdragt. BOTARGO, Saucys de Bolonje.

dat by alles op zyn eigen boutje Since I was born, Myn léven | BOTCH, Een lap, als ook een ge deed, zonder bem iets te zeglang. zwel, zweer.

gen. I never saw the like since I was To leave a botch behind one, o Bottom, (end) Oogmerk , einde.

born, Ik beb nooit iets dergelyks Iets onafgedaan (of balf gedaan) You will find it at the bottom of gezien. laaten.

the account, Gy zult bet op het Born to savery, Tot Saaverny BOTCH, (in poetry) Een stop einde gewaar worden. gebooren.

woord.

And this is that which lies at Born to a great estate, Hebbende to BOTCH, Lappen, aanflansen, the bottom of all his objections, door zyne geboorte een groote erf

broddelen, knoeijen, boete En dit is bet oogmerk (of de grond) fenille te verwachten. len.

van alle zyne tégenwerpingen. Born again, Wédergebooren. Botched, Geflanst, gelapt, broddelThe boarded bottom of a bedBORN , Gedraagen , 'van to achtig gemaakt.

stead, De onderlaagen van een Bear. Botcher, Een lapper, knoeijer, boe

bed. The charges, were born by him,

telaar,
broddelaar.

The bottom of an Artichoke, De kosten wierden door bem ge. a Botcher's stall, Een lappers pot De stoel van een Artisjok. draagen. buis.

The bottom of the stairs, One To be born up, Ondersteund wor- Botching, Lappery, broddelaars werk. der aan de trap. den, onderschraagd worden. BOTH, Beide , allebei.

The bottom of the belly, Het To be born with, Verdraagen Famous both for his father's glo. onderste van den buik. worden.

ry and his own, Vermaard 200 The bottom of a perriwig, Het He hath born gently with ine hi wel door zyns vaders roem als door net van een pruik. therto , Hy beeft my tot nog toe syn eigen.

+ To stand upon a good bottom, Xachtelyk bejegend, of zich toe. On both sides, Van beide zyden, Op een goede voet staan. geeflyk jégens my betoond.

wedersyds.

+ To fix one's bottom upon one It may be born with, Men kan A Jack on both sides, Een die Zyn betrouwen op iemand ftel't nog eenigsins infobikken, 't kan beult met de bonden daar by me.

len. nog padTeeren.

de in 't bosch is, die den mantel * Better spare at the brim, than BORROUGH or Borrow, Een Burg, op de beide sebouderen draagt, een

at the bottom, 't Is beter jong een Vlek dat Stads recbt beeft. Weifelaar.

te spaaren als oud. to BORROW, Afborgen, ontleenen, Both ways, Beiderly wyze , op twee | A bottom, (or Ship) Een Scbip. borgen.

derly wyze.

The bottom, [dregs) Het grond To borrow upon use, Op rente BOTTLE, Een fles , eng-balsde kan, sop.

pul, botelje.

a a Bottom, [valley] Een dal. Borrowed, Afgeleend , afgeborgd. a Bottle of wine , Een botelje a Bottom (to wind thred on) Borrower, Een ontleener, inleener, wyn.

Een klos į om garen op te win. afborger.

a Sucking-bottle, een Pypkan. den.] Borrowing, Borging, ontleening ; - a Bottle-bruth, een Kannewa/Ter. a Bottom of thred, Een kluwen afborgende. Bottle nosed, Die een leelyke dikke

garens.
BOS.
neus beeft.

to BOTTOM, Gronden, grondvesBOSCAGE, Eene boskaadie , als mé. A bottle of hay, Een bos booi. ten.

de, Akers tot mestinge. to BOTTLE, Op fiellen doen, af. Broad-bottomed , Breed van boBOSKY, Half scheef, dronken, een tappen in flessen.

dem. knip weg bebben.

To bottle hay, Hooi aan bollen Bottomless, Bodemloos, grondeloos, BOSOM, Boezem, fcboot.

binden.

ondoorgrondelyk. Within the bosom of the Church, BOTTOM, Grond, bodem.

A woman is a bottomless thing, In den schoot der Kerke. At the bottom, Op den grond.

Een Vrouw is niet te doorgrona Bofom-friend, een Boezem-vrind. Without bottom, Grondeloos.

den.

neeinen.

« FöregåendeFortsätt »