Sidor som bilder
PDF
ePub

10

den.)

to RUIN, B.dërven, vernielen, ver. To rule one's life by the dicta- Rummaging, Omscbommeling.

woesten, te gronde werpen, in tes of reason, Zyn gedrag ricb- RUMMER, Eeri soerner. de grond bëlpen.

ten na de voorscbriften der reden. Rumıner, (or brimmer) Eerstol To ruin a family, Een buisgezin To rule, or to rule over, Over glas, ter bomper. bedërven, (of in de grond bel beerscben.

RUMOUR, Gerucbt, geraas, gepen.)

He doch not rule his family well, tier. To ruin a country, Een land ver Hy regeert zyn buisgezin niet wel. to RUMOUR, Waereldkundig naa. woesten.

To rule a state, Eenen staat re ken, verspreiden. To ruin one in another man's fa geereis.

Rumoured, als; 'T is a thing vour, lemands ondergang be To rule unjustly, Onrecbtvaardig rumoured about or abroad, Dast wërken uit gunst voor eenen an regeeren.

loopt een gerucbt, de Spraak deren.

To rule the rost, Heerscben, zie gaat. Ruined, ruin'd, Bedurven, ver Roft.

RUMP, De fuit van een vogel. woest, te gronde geworpen. To rule, (to command or mas. The rump Parlement, Dus worde Ruining, Bedërving, verwoesting, ter) Bevélen, vermeesteren , over. uit veracbting bet overschot con bedörvende, enz. beeren.

dat Parlement genoemd bet welk Ruinous, Bouwvallig.

To rule one's affections , Zyne Koning Karel den eersten af. +Ruinous, (dangerous, that brings genégenbédeni , zyne bartstogten zette. to ruin) Gevaarlyk, verderflyk. beteugelen.

RUMPLE, Een kreuk, vouw.
RUL.

We ought to rule our passions, to RUMPLE, Kreukelen, frommeRULE, or Ruler, (an instruinent Wy beboorden onze bartstogten te len.

to rule wich) Liniaal , trekbout. bedwingen, (of in toom te bou. Rumpled, Gekreukeld , gefrommeld. A carpenter's rule , or square, Ee.

My band was rumpled, Myn bof nes timmermans winkelbaak. Ruled, Geregeerd, bestierd,

was gekreukeld. Rule, (model, exemplar) Voor gelynd.

A skin rumpled, (or wrinkled) beeld, modël.

Be ruled by him, Laat u van bem Een gerimpeld vël. Rule, (precept or principles to gezeggen.

Rumpling, Rimpeling.
go by) Stokrégel, zetrégel
. He would not be ruled by me,

RUN.
To learn a language by rules, Hy wilde zich niet door my laa- RUN, Geloopen, van to Run.
Een taal door regelen leeren.

ten raaden.

To put a man to the run, (to Done according to rule , Volgens Ruler , Een regeerder, bestierder, - make bin run away) Iemand den regel gedaan. liniaal.

aan 't loopen, of op den loop The rules of the gospel , De voor. The rulers of the town, De re belpen. fcbriften van bet Evangelium. geering der Stad.

At a long run , Door langbeid Rule, (statute, or constitution, Ruling, Regeering, - regeerende. van tyd. of a religious order) Reget,

RUM.

A run, (before one leaps) Les geostelyke order.

RUM, Geeft van suiker of Mela/Ten loop voor een sprong. There's no rule in that house, gestookt, gynde ftërker dan To take a run, Eenen loop nietDaar is geen order, geen geré. Brandewyn. geldbeid in dat buis.

RUMB, Een punt van 't kompas. the RUN of a ship , De Atreek of Rule, (custom) Gewoonte. to RUMBLE, Rommelen.

bet fog van een "fobip, Rule, (sway, or command) Heer A ruinbling noise, Een roinmel. On Good or ill run at play , Goed scbappy. acbtig gerars.

of kwaad geluk in 't speelen. To bear rule , Heerschappy voeren, The rumbling of the belly, Het There's a run upon the bank, bet gebied bebben. gerommel des buiks.

Ieder eiscbt syn geld uit de barik He has the chief rule of the ci. My guts rumble, Myne ingewanty, Hy beeft bet voornaamste be. den rommeleri.

to RUN Loopen. ftier der Stad.

to RUMINATE, Hërkaauwen. Whither do you run so fast? A rule given by a judge upon + To ruminate upon (to consider Waar loopt gy zo sobielyk par

the opening of the cause, Een of) a thing, Eene zaak over toe? order van den recbter, waar na weegen.

To run before or after , Agter of de partyen in bet Recbtsgeding Ruminating, Hërkaauwing ,

voor loopen. zich moeten gedraagen.

bërkaauwende.

To run poít, Te poft loopen. to RULE, (to draw lines with a to RUMMAGE goods, Goederen To run at the ring, Na de ring

rule) Streepen langs een liniaal verdraagen, of weg tuuwen. stecken. trekken.

Rumınage the hold, (een scheeps To run after one , Iemand salesper. To rule one's paper with a ruler, woord) Stuuw bet böl vol. To run about, to run up

and Zyn papier met een liniaal trekken. To runmage, (to take up, to down, Op en neer loopen. To rule, (to square, frame, or search diligently) Omschomme. To run with ful speed, to run

order) Regelen, bestieren, rich len , naarstig zoeken, alles bet amain, to run a pace, Uis ad ten , schikken, aanstellen. onderste boven baalen.

syn macbt loopen.

men.

op.

10 RUN, (to pursue in order to Her tongue runs on wheels, on drukkingen stryden tegens de gecatch) Nazetten, najaagen.

runs at random, Zy praat in't négenbeid van fornmige menTo run a hare, Een baas jaagen. bonderd been.

fcben. To run at one, Iemand aanran Your tongue runs before your To run for a thing, Ergens om den.

wit, Uw tong loopt uw verstand loopen. a To run the hasard of his life, voor uit, gy spreekt eer gy To run for 't, (to scamper away) Perykel van zyn leeven loopen. denkt.

Weg loopen. To run one through with a sword, + My tongue did run before my * To run for succour, or refuge,

Iemand met eenen dégen door stoo. wit, Ik dagt niet om 't geen ik Een schuilplaats zoeken. ten, (of doorrygen.)

zeide.

+ That ever runs in my mind, To run a ribbon in a ring, Een His eyes run , Zyne oogen loo. Dat speelt my altyd in de gelint door eenen ring steeken. pen.

dagten. a To run the gantlob, Door de To laugh till one's eyes run, + This runs paralel with that, Spitsroeden loopen. Lacben dat iemands oogen over

Dit is daar mede gelyk, over. To run, for drop) Druipen. Loopen.

eenkomstig His nose runs, Zyn neus druipt. a To run, (to run away) to fly, To run low and dreggy, (as liA vessel that runs, Een vat dat De vlucht neemen, vluchten, bet quor in a vellel) Drabbig worlekt. baase-pad kiezen.

den, als bier in een vat dat byna To run, (to flow) Loopen, stroo- To run one's country, Zyn land ledig is. men.

verlaaten,
ontvluchten.

To run, (or be expressed) UitThe river runs by the walls, De To run a race, Een wedloop gedrukt zyn. rivier loopt langs de muur.

doen.

The definition runs thus, De be. The hour-glass does not run, De I'll run with you for a wager,

schryving is in deeze woorden zandlooper staat stil.

Ik wil tégen loopen om een uitgedrukt. A period that runs well, Een weddenscbap.

To run AWAY, Wegloopen, vervloeijende periode.

+ To run mad, or distracted, Gek loopen. His speech did run very well, worden, zyn verstand verliezen.

+ Time runs away, De tyd gaat Zyne réde vloeide zeer wel. That would make one run mad, voor by. Those verses do not run sinooth, Dat zou iemand dol maaken. + Our life runs away, Ons leeven Deeze vaerzen vloeijen niet, zyn | It runs in the blood of your

verloopt. niet vloeijende.

whole family, to hate ours, To run away with, (to carry * To run , (to go on, or go away, Het zit in bet bloed van uw away ) Ergens méde weg 100

as time, or things relating to familie, om de onze te bag pen. time) Voorby gaan, weg sui ten.

To run away with a virgin, Met pen.

It runs in their blood, Het zit eene maagd . wegloopen, door: Tiine runs insensibly, De tyd suipt in bun bloed.

gaan. ongevoelig voor by. + To suffer a child to run a head,

That horse will run away with: My wages run still, Myn loon Een kind zyn boofd opvolgen, you, Dat påerd zal met u bobo gaat évenwel zynen rang. alles doen dat bet bebben wil.

len. To run, (or come from, Uit. + To run a division , De stem see

The collectors run away with a gaan. pende bouden in 't zingen.

good part of the revenue, De To run with matter, (to suppu. The sense runs thus, Dit is 'er ontvangers gaan met een goed gerate) Etter.vloeijen, etteren. de zin van.

deelte van de inkomsten been. The sore runs, De wond ettert. + My genius does not run that + To run away with, (to fancy,

To run against a post, Tégen way, Myne genegenbeid strekt or imagine) a thing, Ergens een paal aan loopen.

daar niet toe, ik heb daar geen méde wegloopen , rnede ingenomen He run his head against the lief bebbery voor.

zyn. wall, Hy liep met zyn boofd To run A GROUND or to run + To run away from one's text, gen de muur.

on ground, (as a fhip does) Aan (to make a digreffion) + Vars a To run to one's help, Iemand de grond zetten, als een fcbip. den text afraaken. bulp loopen.

To run a ship a ground, or a To run BACK, Agter uit loopen. To run to seed, (as plants do) hore, Een fobip in den grove The river runs back, De rivier, In 'o zaad fcbieten. zeilen, stranden.

stroomt terug. To run, (speaking of flowers To run AGAINST a rock, (as a To run COUNTER, (to be contra.that change their colour) Van thip does) Tégen een klip stoo ry to, to clash with) Tégenkleur veranderen als de bloemen. ten.

ftaon, dwarsboomen, verbinden This very cast of the dice runs One of our gallies run against

for all, Deeze gooi gaat om al another, Een van onze Gallyen + The accusations run high on: de rest van myn geld. stiet tégens bet ander.

both sides, De befcbuldigingen * Her tongue runs perpetually, + The words run against the ge gaan aan

weerskanten zeer Haar song ratelt zonder opbouden. nius of some iden, Deeze uit boog.

[ocr errors]

ren.

over.

[ocr errors]

+ The fedition run so high, De + Torun, (ur lick) over one's work To run up a thing to high, (to oproer liep zo boog.

again, Zyn werk op nieuw over over-stretch it) Emne zaak te Lueg To run down a itag, Een bert zien, beschaaven.

opuyzelen, al te zeer verbeffer. forceeren, door een lange togo + To run over a thing, (to glan To run (or fall) upon one, op afmatten.

ce at it, to say little to it) Een iemand aanvallen. + To run one down, to run down ding ongeërkt laaten voorby + His discourse runs upon that, his opinion , Iemand overreeden, gaan.

Zyn redeneering komt daar op uit. overtuigen, den mond stoppen. The river runs over, (or over

A beam that runs upon the wall, # To run him down with argu flows its banks, Derivier vloeit Een balk die op een muur legt. ments, Iemand met reden den over baare oevers.

To run upon great dangers

, mond stoppen,

The pot runs over, De pot kookt Zicb aan groote gevaaren blast # To run one down with ill lan

stellen. guage, Iemand met scbeldwoor To run out of doors, (to make To run at tilt, Met de lans rens den den mond snoeren.

one's escape) De deur uitloopen, nen. + To run a thing down, (to des ontvluchten.

To run inerchandises, Koopmarpice, or undervalue it) Iets tot + To run out, or to run one's self schappen suiken, ter suik landen grond toe verachten.

out, + Voor gegeeten brood ee den. To run down (to drop) with ten,

RUNAGATE, Runnagate, or Ro blood, Bloed storten.

1 To run out into excess, Buiten negado, Een Renegaat. + To run from one thing to an Spoorig zyn.

Runagate, (a rambling or roving other, (to make a digression in + To run out into expences, (to fellow) Een zweruer ,usgebend. a discourse) Van bet één op bet spend too high) Veel verteeren, RUN-AWAY, (or deserter) Eos ander Springen. groote onkosten doen.

overlooper. To run, or to run one's self + To run out an estate, or of an A run-away, (in a fight) Een weg.

INTO mischief, Zicb zelf in on estate, (to lavish it away) Zyn looper, vlucbteling. gemak brengen.

gële verquisten.

RUNDLET, Een klein vaatje, a * To run into debt, or to run To run one's self out of breath, kertje.

one's self into debt, Zicb zel or to a stand, Zicb buiten adem RUNG, (van to Ring,) Geluid.
ven in scbolden steeken.
loopen.

Has the bell rung? Heeft de klak
To run one's self into charges , To run out, (to end) one's ra geluid ?
Zicb zelven op onkosten jaagen. ce, Zynen loop volbrengen.

RUNN, Geloopen. + To run into any sin , In zonde + To run out of one's wits, Zyn His race is almost runn, Hy beeft vervallen. verstand verliezen.

synen loop byna volbragt; syn A thorn did run into my foot, To run out in length, Breed. loop is fcbier voleindigd. Daar stak een doorn in myn voet. voerig uitweiden.

RUNNER, Een looper. To run the curtains into a cur The time runs out, (or expires) The runner (or upper-stone) of tain rod, Een roede in de gor. De tyd is verstreeken.

a mill, De bovenste meulendynen steeken.

To run THROUGH , Doorbooren. fteen. To run a pin into one, Iemand + This moral runs through the 1 A runner at all, (one that vero met een speld steeken.

whole business of human life, tures upon every ching) En To run on, (to go on) als; He Deeze zeedeles begrypt alle de onderneemer, een die alles by de runs on still in his lewd cour. plichten van 's menschen leeven.

band neemt. ses, Hy gaat nog in zyne on + To run through a book, (or to Runner, (a small merchant thip) tucbtige leevensloop voort.

read it over) Een boek uitlee Een koopvaardy-febeepje. + If you run on at this rate, you zen.

RUNNET, Strêmsel, sie Rennet, will quickly be a beggar, Als + To run through thick and thin, Running, Geloop, - loopende. gy op die wyze voortgaat zult Door dik en dun loopen.

The running of the reins, Zoad gy sobielyk tot den bédelzak ver. To run (or get). UP, Opklimmen. loop, druipert. vallen.

We mult run up to the original, A running of the nose, Drui* To run on into extreme violen. Wy moeten tot bet oorsprongkelyke ping van de neus. ces, Tot groote buitenspoorig. opklimmen.

A fine running place , Een fraaije béden vervallen.

To run up, (or raise) a wall, loopbaan. To run (or go) over to a place, Een muur met der baast opbaalen. Running water, Loopend water. Tot eene plaats overgaan,

zicb To run it up too high, t Het zeil A running fore, Een loopend zeer ërgens been begeeven.

te boog optrekken.

A running knot, Een lo Je knoop

. To run over to the stronger side, A building that runs up, Een A running banquet, Een verdeTot de sterkste party overloo gebouw dat te boog opgetrok fing die men staande gebruikt

. pen.

ken is.

The running title of a book, (the I To run over a book, (to per The score runs up mighty fast, top title that runs over every use it in haste) Een boek door. Het gelach loopt zeer jcbielyk

page) De tytel boven ieder bal Bladeren. op

Jyde van een bock.

They

nen.

gens in.

ven.

aan

They betook themselves to a run I do not value it a rush, Ik acbt To grow rusty, (in a proper and * ning fight, Zy vogten al dein bet niet een zier.

figurative sense) Roestig worden, zende.

to RUSH in, Invallen, instuiven, roesten. H1 His shoes are made of running met een vaart inloopen, inren Iron grows rusty, Het yzer roest. leather, Hy kan niet een oogen

A rulty (word, Een roestig zwaard. blik stil staan; het schynt dat by To rush upon one, Op iemand + A man's parts grow rully in the altyd loopen moet. aanvallen.

country, De vermogens van eeRunning of goods, Sluiken van He ruth'd among the naked swords, nen man roesten op bet land. goederen.

Hy liep tuljcben de bloote de Rufiy, (speaking of clothes) Runningly, Loopende.

Smeerig, vuil, morsig: RUNT, (a Scotch or Welch runt) To rush in upon one, (to take Rusty bacon, Garstig jpek.

Schotscbe of Walsche Runderen, him napping) Iemand overvallen, To grow rusty, (as bacon) Garmet verachting gesprooken.

verral cben.

stig worden, als spek. 17 An old runt, Een oude bes. To ruth FORWARD, Voortloopen, RUSY, Liftig, loos, doortrapt. RUP. voortschuiven.

RUT. RUPTORY, (a corrosive caustick) To ruih out, Uitloopen, uitfiui- RUT, (the copulation of deer) De Een bytende brand middel.

togtigbeid van bërten of wilde RUPTURE, (burftenness or burst They presently rushed out of varkens. belly) Breuk, navelbreuk.

doors, 2y jtooven tersiond ter The rut (or track) of a wheel, He has a rupture, Hy beeft een deure uit.

Ry/poor, wagen/ oor. breuk.

He will rush through any dan. Lo RUT, to go to Rut, Togtig Rupture-wort, Breuk-kruid, Her ger, Hy sal door allerley gevaar worden, bitsig worden, gelyk niaria. been rennen.

herten en wilde zwynen. + Rupture, (or falling out) Vrede. Rushing, Aanvalling ,

RUTHFULL, (or compassionate) breuk, vyandscbap. vallende.

Médedoogend. I am afraid ič will come to a RUSHY, (full of rushes ) Biesacb- Ruthfull, (pitifull, that deser. . rupture , Ik vreese dat bet tot tig, vol biezen.

ves pity) Médoogens waardig. een vrede breuk komen zal. RUSSET, Ros, bruin.

Ruthfully, Elendiglyk, jammerlyk. RUR.

A ruffet colour, Een bruine kleur. Ruthfulness, Jammerlykbeid, elende. RURAL, Dat tot bet land of veld RUSSETIN, a russetin apple, Een Ruthless, (or pitiless) Wreed, onbeboort. zéker foort van appelen.

barmbertig. Rural divertisement , Vermaake- RUSSIA-LEATHER, Fucbt leer. RUTTIER, (a directory for the lykbéden des velds.

RUST, Roet, als méde Gar. knowledge, or finding out of A rural deantry, Eeu onderdee Nigbeid.

courses, whether by sea or land) kenschap.

To gather rust, Roeftig worden , Graad-boek. A rural dean, Een Dorp.deekeri , beroesten.

+ Ruttier, (an old beaten foldier) zynde een die onder eenen To do away, to get out, or fetch Een oud ervaaren Soldaat. Aartsdiaken, en t'zynen dienste off the rult, De roest weg nee- the RUTTING time, De tyd dat de staat, tot spoediger verrichtinge

barten togtig zyn, de bronsityd. van eene zaak.

RUSTICAL, Boersch, ongeschikt. to RUTILE, Reutelen. RURICOLIST, een Landınan , A very rustical inan, Een boerfcb

RY. Land-bouwer.

man.

RYE, Rogge. Rurigenous, Iemand die op 't Land Rustically, Boersacbtig, ongescbik. Rye-bread, Roggen-brood. gebooren is, of op't Land woont.

telyk.
to RUSTICATE, (to infect with

SAB.
RUSH, Een bies, bieze.

the manners of the country) The sea-rush, Het zee ried, de Boerfcb worden.

ABAOTH, Heirfcbaaren. zee-biezen. Rusticated, Boerfcb geworden.

The Lord of Sabaoth , De Heer The sweet - rush, Welruikende Rustication , Wooning buiten op 't

der Heirscbaaren. biezen.

land.

SABATANS , Soldaaten laarzen. A rush-light, Een nagtligt , nagt- Rusticity, Boersbeid, ongescbiktbeid. [Sewel.] kaars. Rustick, zie Rustical.

SABBATH, De rustdag, sabbat. Ht A ruch, (a thing of no value) RUSTINESS, Roestig beid. Sabbath-day, Sabbat-dag. Een beuseling, vod.

The ruftinefs of iron, De roest Sabbath breaker , Sabbat sobën. It is not worth a ruth, Het is

van bet yzer.

der. The rustinefs of bacon, De gar

Sabbath breaking, Sabbat fcbennis. I would not give a rush for 't, Stigbeid van 't spek.

Sabbatarian, (a rigid obferver of Ik wil 'er geen speld voor gee to RUSTLE, Klateren, rammelen. the sabbath) zie Sabbatarians.

The rustling of his armour, 't Sabbatarians , Sabbatisten, zékere I don't value him a ruh, Ik Gekletter van zyn wapentuig.

Sekte van Christenen die den acbt bem geen fcbeet. RUSTY, Roestig, garstig.

Joodschen Sabbath viert,

Titt I. DEEL.

Sab

[ocr errors]

men.

RÚS.

SABAOTH,

geen boon waard.

ven.

man.

Sabbatical, Tot den Sabbat-dag SACRAMENT, (a visible sign of A facrilegious act, Een beilig.
Sabbatick,

}
beboorende.

an invisible grace ) Sacrament. fcbennis. Sabbatical Year, Het Sabbat-jaar. Een zigtbarr téken der onzigt- Sacrilegiously, Op een kerkrooversche Sabbatism, (the keeping of the baare genade.

wyze, beillooslyk. fabbath) Het onderbouden van The sacrament, (or communion) SACRIST, (an officer in a cathe. den Sabbat.

Het Nachtmaal, Avondmaal. drai) Sacristis - bewaarder, die SABELLIANS , (a sort of hereticks) To receive the sacrament, Het de Kerkgewaaden en Cieraiden Sabellianen, zékere ketters. Nachtmaal ontvangen.

onder zicb beeft. SABLE, (a beast not unlike a pole- Sacramentarians , Sacramentarissen. Sacristy, De sakristy. cat) Een fabel. Dus worden de Onroomschen

SAD. Sable, (the fur of fable Sabel, van de Roomschen genoemd.

bet bone van een fabel. SACRED, (or holý) Heilig, ge- SAD, (sorrowful , melancholy) Furred with fables, Met fabels beiligd.

Droevig. gevoerd.

His sacred majesty, Zyne gebei. Sad, (grievous) Smertelyk. Sable, (in heraldry the black ligde Majesteit.

Sad news, Droevige tyding. colour) Donker bruin, zwart. Sacred, (or inviolable) Onfcbend ’T is a sad thing, Dat is een elen. Sable, or fabre, (a kind of sy. baar.

dig ding: mitar) Een fabel, een Turksche Sacred writ, de Heilige Scbrift. A very sad mischange, Een zeer bouwer.

She swore by all that's sacred droevig ongeval. SABRE, Een fabel.

that she would not give him QC 'T is fad living without mo. SABULOUS, Zandig, keiselgrui. the hearing as long as the li. ney, Het is een droevig lecuer sig. ved, Zy zwoer by al war beilig

zonder geld. SAC.

is, dat zy bem baar leeven lang He is a fad (or odd kind of) geen geboor verleenen zou.

man, Hy is een wonderlyk SACCHARINE, Suikerachtig. Sacredly, Heiliglyk. SACERDOTAL, Priesterlyk. Sacredness, Heiligbeid, gebeiligd. Sad, (pitiful, sorry, bad) Slegt, SACHEL, Een school-zak, zie Sat beid, onschëndelykbeid.

naar, jammerlyk. chel.

The sacredness of an oath, De Sad verfes, Jammerlyke tserzen. SACK, Sek, een soort van sterke onschëndelykbeid van eenen eed. Sad of look, Donker van gewyn. SACRIFICE, Een offerbande.

zigt. a SACK, Een zak.

To make (or to offer up) a fa. A sad colour, Een donkere kaSome say in the dispersion caused crifice, Eene offerbande doen, leur. by the Confusion of Languages offeren.

This fad a work, Dit is het every one called for his fack, + To make one a sacrifice , (or lyk werk. and therefore that word is pre to abandon him) Iemand ver He is a sad fellow, 't Is eers served in all Languages, Som zaaken, verlaaten.

lompe kaerel, of een ondeugende migen zeggen, dat in de verstrooi They made him a sacrifice to their

vent. jing ontji'aande uit de verwar wrath , Zy offerden bem aan bun. Sad weather, Slegt wefr. ring der taalen , ieder riep om ne gramscbap op.

to SADDEN, Bedroeven , treurig zyne zok, en daarom is dat to SACRIFICE, Offeren, opofferen. maaken, donker verwen. woord in alle taalen overgeblee. To facrifice, Cor devute Toe- SADDLE, Een zadel. veis. (Sewel.]

weijen.

+1 To put the faddle upon the A sack of wool, Een party wol To facrifice, (to quit or aban. right horse , | Den spyker op

van 26 steen, zynde yder steen don a thing upon some confi зуп kop flaan. . gerékend op 14 ponden.

deration) Opofferen.

tot I am resolv'd to win the horse, A fack-full, Een zak vol.

I sacrificed him to all my refent or lose the saddle, f Ik beb coerSack-cloth, Zak-doek.

ments, Ik beb bem aan al myn genomen bet paerd te winnen of Sack-cloth and ashes, Zak en kwaadbeid opge-offerd.

de zadel te verliezen ; 'er alles afsche. Sacrificed, Geofferd, opgeofferd.

aan te waagen. SACK-BUT, Een scbuif trompët. Sacrificer, Een offeraar.

A faddlebow, Zadel-boon, zadel to SACK, Plunderen,

Sacrificial, Tot offerbanden bebooSacked, Geplunderd.

rende.

A pick-saddle, Een lajt-zadel. Sacker, Een plunderaar.

Sacrificing, Offering , offe Saddle-tree, Het bout des zadels, Sacking, Plundering, plunde rende.

de zadelbooin. rende.

SACRILEGE, Kerkroof, kerkdieve A saddle-cloath, Een zadel kledd. The facking of Troy, De brand ry, kerkscbêndery.

Saddle-back'd, Hob of breed 037 van Troye.

Sacrilegious, Kerkrooverfcb, kerk rug. Sacking, als; Sacking-stuff, (to fcbendig, beilloos.

to SADDLE, Zadelen.

, make facks withal) Zak.doek, A facrilegious man or woman,

11 To saddle (or ride) one, linnen oın zakken van te mac. Een beilloos man, eene beillooze

mand eenien lajt opleggen. ket.

UT ONW.

knoop.

[ocr errors]
« FöregåendeFortsätt »