Sidor som bilder
PDF
ePub

ren.

+ I would not be in his skin, or To skip over a word, a line, or SKUE, Overdwars.

his place, Ik wilde niet gaarne a chapter, Een woord, régel, To look skue upon one, (to look in zyn vël steeken ; in zyn plaat of kapittel overslaan.

upon him with a evil eye) lese zyn.

To skip back , Te rug Springen. mand fcbeel aanzien, met nydige He is nothing but skin and bone, Skipped over, Over gewipt, over

oogen aanzien. (he is very lean) Hy is niet gedrubbeld.

to SKUE, (or to walk skuing) anders als vel en béen, by is dood SKIPPER, (one that skips) Huppe Scbeef loopen, of gaan. mager.

laar, Springer.

Skuing, zie to Skue. The woody skin quartering the Skipper, or master) of a Dutch to SKULK, Zicb verbërgen, uer. kernel of a walnut, Huisje, fcbeid. ship, Een scbipper van een Hol. schuilen. vlies, bril van een okkernoot , 't

landsch Koopvaarder.

SKUTE, Scbuit. geen de pit in vieren scheidt. A skipper, (or common seaman)

SKY. The upper skin, Het opper.buide Een Zeeman.

SKY, De lucbt, bet uitspanjel, de ken.

Skipping , Springing,

Sprin. bemel. The fore skin, De voorbuid.

gende.

The vaulted sky, De gewelfde To skin, (to take off the skin) Skipt, Gesprongen,

bemelboog. Het vēl afbaalen.

SKIRMISH, Een scbermutseling. Sky-colour, Hémels-blaauw. To skin an ox, a calf, or a hare, to SKIRMISH, Scherinutjelen. Sky-light, Koekoek of schuin licbt Een Os, Kalf of Haas de buid Skirmithed, Gescbermutfeld.

waar in de dag van boven valt. afstroopen.

Skirmither, Een scbermut felaar. Sky-rocket, Een vuur-Dyl. # He would skin a flint, It Hy Skirmishing, Scbermutseling , fcber

SLA. wilde drie man zéven armen af. mutjelende.

SLAB, (or puddle) Morsery, onnut flaan.

SKIRRÉT-ROOT, Suiker wortel. tigbeid over de vloer. to SKIN over, Met vėl begroeijen, SKIRT, Een fip of pand van een Slab, (the utınost board sawa vël overgroeijen.

wambes, een boordsel, een zooin. off a piece of timber) Ruige SKINK, (a kind of strong Scotcb The skirts of a garinent, De 300 plank, eerste zaagdeel van een pottage) Een Schotch gerëcbt, men van een kleed.

boom. dat zeer wel smaakt.

The skirt of a gown,De flip van to SLABBER, Slabberen, belabbeA skink, Een soort van Haagdis , een Samaar. fcincus.

The skirts of a doublet, Onder. To flabber one's clothes, or to to SKINK, (or to fill drink) Scben Nippen van een kamizool.

Nabber one's self, Zyne kleedeken, infcbenken.

The skirts of the town, De bui ren, of zicb zelven beslabberen. † Skinker, Scbenker.

tenkant van de Stad.

To Nabber a room, Een kater Skinned, Met vël begroeid.

The skirts of a forest, De kant morsig maaken. RC Thick skinned, Dikbuidig, dik van een boscb.

To fabber, or drivel, Quyles, van vël.

The skirts of a country, De zeveren. Skinner, (furrier) Een bontwerker. grenzen van een Land.

Slabber chops, 7 Een quylbaart. The skinner's trade, De bontban + To fit upon one's skirts, Iemand Slabbered, Gefabberd. del, peltery.

verdriet aandoen.

The room is all labbered over, Skinny, Vëlacbtig.

SKITTISH, Schietig , Schrikkig of De kamer is overal bemorst. SKIP, Een sprong.

scbuuw als een paerd.
Slabberer , Een quylder , f quylbaart

. To give a skip, Een sprong doen. + Skittith, (humoursome, rugged) Slabbering, Geflabber, fabbeHt That's not worth three skips

Grilziek, eigenzinnig.

rende. of a louse, Dat is geen scbraapsel Skittithly, Eigenzinniglyk, boofdig, To make a Nabbering, Het mervan een nagel waardig.

met borten en stooten.

sig maaken. A skip-jack, Een ventje dat zich Skittishness of a horse, De fcbuuw A Nabbering-man, Een quylder. overal in steekt en met alles be beid van een paerd.

A Nabbering woman, Een gula moeit.

Skittithness,(capricious humour) ster, Skip-frog, leap-frog , Haasjen Koppigbeid, eigenzinnigbeid. A flabbering bib, Een kinder.flab. over , zéker jongens (pël, wan.

SKR,

Slabbiness, Slikkerig beid, kladdig. neer de een geduurig over de

beid. rug van den anderen springt.

Screak,

zie to Skreain,

LScream. + A skip, or skip kennel, (a nick-SKREEN, Een scberm, fcbut , sie

SLABBY, Slikkerig, kladdig.

A flabby way, Een flikkerige weg. name for a foot-boy) Drafloo

Screen.

Slabby-weather , Morsig weer. per , loopjongen, lakei, + mos- to SKREEN, Beschutten, dekken,

SLACK, (loose, unbent) Slap, los, terd baalder.

niet strak.

zie to Screen. By skips, Met Sprongen.

Slack, (flow or careless) Traeg, to SKIP, Springen, ligte sprongetjes

SKU:

achteloos. doen, buppelen.

SKUPPER-holes, De spiegaten op To grow Nack, zie to Slacken. To skip over, Overspringen, over. een schip, daar 'c water door To llack, or abate) Vertraagt wippen. loopt.

verminderen.

to SKREAK,} sie

[ocr errors]

[ocr errors]

ver

[ocr errors]

His fever Nacketh, Zyne koorts His tongue runs flanderousy, (to SLASH, (or whip) Zwiepen, vermindert.

Hy doet niet als kwaadspree sweepsagen geeven, geefeien. to SLACK, (to loose or un ken.

To flash, (or cut) Snyden. bend) Losmaa. SLANK, Lang, en sebraal, zie Slashed, zie Slathi. to SLACKEN, ken, ontbinden, Slim.

Slathing, Klētsing met een zweep, bot geeven. SLANK, (a sea weed) Een Zee

bet geeven van sneeden. To Nack, (or retard) Zammelen, gewas.

Slasht, Geklētft, gejneeden.

SLATE, Een lei, fcbalie. estáck, (or more) no time, Ver. ISLANTING. ] Zydelings, dwarseb.

A house covered with flate, Een zuim geen tyd.

A Nanting blow, Een zy'linkfcbe buis dat met lyen gedekt is. We Nacked our design never the flag , dwars-slag.

to SLATE, Met leijen dekken. more for that, Wy gingen To give a Nanting blow, Een Slated, Men leijen gedekt. daarom niet te minder met ons

dwars-flag geeven.

Slater, een Leidekker.
oogmerk voort.

Van ter zyde, over Slating, Dekking met leijen.
To Hack one's speed, Zynen spoed | Slantly,

to SLATTER, (to mind nothing, verminderen.

SLAP (stroke or blow) Klap, to leave all at random) VerTo nack one's hand, (in point Nag.

waarloozen, alles in de war lasof work) In zyn werk vertraz A Nap in the chops, Een kinne ten loopen. gen, Slap van banden wor

bak flag

SLATTERN, Een fons , sonsmoer. den.

To give one a Nap, Iemand een SLAVE, Een paaf. to SLACKEN, zie to Slack.

klap geeven:

To make a slave of one, Iemand Slackened, Verslapt.

A Nap on the chops, (or a Nap tot eenen saaf maaken. Slackening, Verslapping,

over the face,) Een nag in 't + To be a slave to one's passions, Nappende. aangezigt.

(to be conquered by them) Slackly, Zoetjes, zagtjes, loom, Slap, or nop, (being said of a + Een Naaf van zyne bartstogtraaglyk.

drink or potion) Een drankje. ten, van zyne driften zyn. Slackness, Slapbeid, traagbeid. He takes to many Naps, (or to to SLAVE, Slaaven, sooven. SLAIN, (van to Slay) Verslagen, much phyfick) Hy gebruikt te SLAVER, (or drivel) Quyl. dood geslagen, gedood.

veel medecynen.

to SLAVER, Quylen. SLAKE, Por Hake of snow) Een A Nap, (or tlap in a room) Een Slavering, Quyling, gequyi, freeuw vlok. geplas in een kamer.

quylende. to SLAKE, Lellcben, bluffcben. KA Nap-sauce, Een likspit. SLAVERY,(or bondage) Slaverny, To fake his thirst, Zynen dorst Slap.dah, (clevery, on the sud dienstbaar beid. lelcben.

den) Scbielyk, op staande voet, Slaverny, (or great dependance) To flake lime, Kalk blufcben.

Slaverny, af bang kelykbeid. | To Nake one's desires, 7 Zyne to SLAP, Slaan, klappen geeven. Slaving, Moeite, arbeid, Nooving. begeerten maatigen.

He Napt me first , Hy sloeg my Slavish, Slaafsch, flaafacbtig. Slaked, Gelescht, gebluscht.

eerst.

A llavish life, Een saafs leeven. Slaking, Leijcbing , blufscbing , lej To sap one over the face, le In a Navith condition, Een slaaffcbende. mand een klap in 't gezigt gee.

fcbe staat. SLAM, (or vole, the winning all

A Navish employinent, Een leafthe tricks at cards) Alle de stee. To Nap a room, Een kamer op achtig beroep. ken baalen, al de trekken beb dwylen, wallen en plassen. Slavishly, Slaafacbtiglyk. ben.

To flap up, Opslobberen. Slavithness, Slaafacbtigbeid. SLANDER, Een laster , laster. Slapped, zie Slapt.

SLAUGHTER, Slagting, doodslas kladde. Slapping, Slaande.

ning. to SLANDER, Lasteren , smaadelyk Slappings of rooms, 't Scboon They made a great Naughter Spreeken, smaaden. maaken der vertrekken.

amongst them, Zy deeden een Slandered, Gelajterd, smaadelyk ge Slappy, (splashy, or flabby) Plaj

grooten moord onder ben ; zy Sproken.

Jende.

Moegen een groote mnenigte van Slanderer, Een lasteraar. Slapi, Geslagen.

ben dood. Slandering, Lastering, laste- SLASH, (of a whip) Een klets, Man-llaughter, Man-fag , zie onrende. zweepslag.

der 't woord Man. Slanderous, (or Nandering) Laf Slash, (or cut) Snee, sneede, A Nauhter-man, or Butcher, een terlyk, kwaadspreekend. t een jaap.

Slagter, Slager, Vleesbouwer. A Nanderous tongue, Een laster To give one a great Nash, ft le. A flaughter-house, een Slagt. torg.

mand een jaap, een veeg, een buis. Slanderous, Cor falsly abusive) snee in 't gezigt geeven.

to SLAUGHTER , Slagten, doosh Valscb, lasterlyk.

A Neeve cut into Nashes, Eene Јlaan. . Slanderously , Op een lasterlyke mouw aan reepen gefneeden. Slaughtered, Gesagt, doodgeslagen.

wyze. I. DEEL. Bbbbb

Slaugh

ras.

ven.

ITER ,

[ocr errors]

SLEDGE,} Een fleede.

Slaughterer, Een pagter, Nager. To seep very late , Zeer lang 1 A Neeveless érrand, Een malle to SLAY, Verjaan, doodslaan, doo slaapen.

boodschap. den.

To Deep AWAY his head-ake, Zyn SLEIGHT, Loosbeid , bebendig beid, To say a beast, Een beeft nag boofdpyn verslaapen.

radbeid van banden , als de gooten. To seep the fumes of the wine

ghelaars. Slayer, Een doodslager.

away, or to Neep one's self fo.. Sleight of hand, Ligt-bandig. Man-Nayer, Een manslagter.

ber, De wyn-dampen uit slaa. Sleight, sie Slight, Slaying , Doodsaaning , dood

pen, of zich zelven nugteren Sleightly, Doortraptelyk. faande.

slaapen.

SLENDER, Dun, spicbtig, rank,
To feep away forrow , De droef-
SLE.

scbraal, sober.
beid door de slaap verdryven. .

A Nender woman, Een spicbtige SLEASY, zie Sleazy. Sleeper, Een slaaper.

Vrouw. SLEAVE, Een mouw, xie Sleeve. The seven Teepers, De zéven

A fender dinner, Een fcbrasle es SLEAVED, Gelooft.

Slaapers.

sobere maaltyd. SLEAVED filk, Los getwynde zy. Sleepily, Slaaperig.

Slender, (small, sorry, pitifull) de. Sleepiness, (drouziness) Slaape

Klein, gering, armoedig, eiers SLEAZY, Dun, yl.

rigbeid.

dig. Sleazy stuff, ri stof. My fleepiness keeps me from ac

A fender kindness, Een geringe Sleazy linnen, Dun of recbt lin tions, Myne Jlaaperigheid, loom dienst. nen, Sileezier linnen.

beid, boudt ny van't werken af.

A sender wit, Een klein verstand, SLED, Sleeping, Slaaping, - Slaapende.

He has a fiender merit, Hy beeft Riches come to him Neeping,

geringe verdiensten. RA smith's fedge, Een smids Hy word slaapende ryk.

He has but slender parts, Hy bamer. A ņeeping place, Een jaapplaats.

beeft weinig begaaftbedes. SLEEK, Glad, gelēkt. Sleepless, Slaapeloos.

To have but a fender estate, Een A fleek-stone, Een lek-steen. I got up fleepless this morning, gering kapitaal bebben). to SLEEK linnen , Linnen lekken.

Ik ben van de morgen lopgestaan, Slenderly, Scbraaltjes. t 1 The good old woman Neeks zonder een oog gesloten te beb. Slenderly-lettered, Geringe kennis over her skin , De goede oude ben.

bebben. Vrouw sobikt zich geweldig op. Sleepy, (drowzy) Slaaperig , loom. Slenderness, Spicbtigbeid , rankbeid, Sleeked, Gelekt. The sleepy disease, (or lethargy)

Scbraalbeid, gering beid. Sleeking, Lekking , lekkende. De slaapziekte, slaapzucbt.

The slenderneis of his parts, Du SLEEP, De faap.

to SLEER, Zien zonder dat men 't geringbeid van zyne beisetasTo awake one out of his sleep, vermerkt, lonken, gluipen.

beden. Iemand opwekken, wakker maa- Sleering, Gluiping, gluipende. Ei. ! SLEPT, Ik Niep, [van to Sleep.] ken, uit zyn Paap doen ontwaa gertlyk betekent dit woord, I SLEW, [van to Slay) Ik versloeg. ken. alles op te merken, en zich te

SLI. A found sleep, Een geruste saap. houden, of men nergens achit

SLICE, Een dunne fneede. I bave not got one wink of sleep op gaf. all this night long, Ik beb dee A feering fellow, Een gluurder,

A flice of bread, Een freedaje

brood's. zen ganschen nacht niet een zien gluiper. gepaapen, (of niet een oog toe- SLEET, (rain or snow together ) A printer's ink-lice, Eens drat. gedaan.) Régenen en sneeuwen te gelyk.

ker ink-fcbopje. fro Neep a dog's-sleep, Zich to SLEET , Sneeuwen en régenen The Nice of a printer's galley, veinzen te slaapen, + de baaze onder rnalkanderen.

Zētboutje daar de regels is? slaap slaapen, Sleety, als; Sleety weather, Weer

zëtten der letters opgefcbiki were

den.
To fall a sleep, 112 slaap vallen. van régen en sneeuw.
My foot is a sleep, Myn voet SLEEVE, Een mouw.

A slice of melon, Een scles
Naapt.
A thirt-sleeve, Een bemds-mouw.

rib.
To get some sleep, Wat tot flas + To laugh in his sleeve, In zyn A Nice, (to take up fry'd mea
vuist lacben.

with) ¿en fcbopje es gefruit He is in a false Neep, Hy slaapt | To pin his faith_upon another

vleesch op te scbeppers. den baazenslaap.

man's Sleeve, Zyn geloof naar

to SLIČE, to cut in sices, das To go to sleep, Slaapen gaan.

eens anders voegen; blindelings Slices, Aan splindertjes gesneden

dunne freedtjes fnyden. 20 SLEEP, Slaapen.

gelooven zo als een ander ge. Slicing, Snyding, - nydende. To seep soundly , Lustig slaa Looft. pen.

or Sleeve , (or calamary, a fish) to SLICKEN, Glad maaken. To fleep in a whole skin, Ge

Zékere vifcb.

Slickness, Gladbeid. rujt Slaapen. Sleeved, Met mouwen voorzien.

I SID, Ik fulde, ik gleed. To deep like a pig, Slaapen als Sleeveless, Mouweloos, zonder mou. SLIDE, Een fullebaan.

to SLIDE, Sullen, glyen. een varken.

pen komen.

wen.

To fide one's hand into one's The ning of a crane, Het wyfie To nip, (or steal) AWAY, Weg pocket, Zyn' band ongemerkt in van een Kraanvogel.

fluipen. iemands zak steeken.

A brewer's sing, Een bierboom. I flipt away under the piazza, Ik To fide down, Neerglyen. A fling-maker, Een slingermaaker. poop onder de gallery weg. Slider, Glyder. 10 SLING, Slingeren.

The time flips away, De tyd SHidden, Gefuld, gegleeden. Slinger, Een singeraar.

loopt weg. Sliding, Gesul, glyende. Slinging, Een ontydig, ongebooren To Nip DOWN , Uitslippen, val. A Sliding-place, Een fullebaan. kalf.

len. A sliding knot, Een schuif knoop, SLINK, Een misdragtig kalf. Το lip INTO (or to a place ). lofTe knoop.

to SLINK away, Wegsluipen, door Ergens insluipen. SLIE, Loos, doortrapt, slim, zie fuipen.

To lip out, Ontslippen, ontsnap Sly.

Io llink aside, Zicb fcbuil bou. pen, ontglyen. SLIGHT, Slecht, gering.!

den.

t'I will Nip out of my memory, A Night or thin-wrought basket, A linking away, Een wegflui or mind, t 't Zal my uit bet Een dun gewerkt korfje. ping.

gebeugen slippen. + A Night business, (a business of SLIP, (with one's foot) Een uit + That word flipt out before I was small consequence) Een zaak Nipping:

aware, Dat woord ontslipte my van weinig belang , een keuze Slip, ( fault, or mistake) Mis eer ik 'er om dagt. ling.

pag, vergilling

to SLIP, Heimelyk insteeken. Slight, (light, small) Ligt, A slip of land, Een uitheek lands, To flip money into one's pocket, klein.

A Nip, (a branch to set in the Heimelyk gëld in iemands zak A Night scratch, Een kleine krab, ground) Een plant, stek, afzët

steeken. of scbran. zel van een boom.

To flip (or let sip) a fair opTo have a slight wound, Een lig A tree that comes easily of a sip, portunity, Een goede gelégen. te wond bebben. Een booin die gemakkelyk uit een

beid laaten ontslippen. Ka To make Night of a thing, Iets af zëtzel groeit.

To Nip out a word, Zicb een klein achten.

Slip, (or stalk) of a plant, Steng, woord laaten ontvallen. SLIGHT, sie Sleight.

steel van een plant.

+ He flipt his neck out of the col. to SLIGHT, Verachten, kleinachten. Å Nip of Thyme'or Rosemary, lar, Hy draaide zich daar uit,

To flight (or pull dow) the for Een plantje Tbym of Roojema. To flip one's neck out of the tification of a place, De vesting ryn.

collar, (to hang an arse) \ Ago werken slechten.

A slip, (or silk-string) Een zyde ter uit krabben, zyn woord in. Slighted, Veracbt, versmaad.

koord.

trekken. Slighter, Veracbter, verfmaader. A hempen nip, Een strop.

To flip beans out of their skins, Slighting, Veracbting, - veracb-The flip, (or fupplement to the Boonen pellen, doppen. tende.

French Gazette printed in Hol- To flip, (or let loose) a dog, Slightingly, Verachtelyker wyze. land) Het byvoegsel (supple. Een bond los laaten. Slightly, (or Nightingly) Veracb ment) van de Fransche Cou. To flip one's clothes on, Zyne telyk. rant.

kleederen aanschieten, sicb fcbieSlightly, Cor lightly) Ligtelyk. A slip of paper , Een reep pa

lyk kleeden. coSlightly, (or carelesly) Zorgloos. piers,

To flip on one's shoes, Zyne lyk.

ti To give one the flip , Zicb Schoenen aanfcbieten. Slightness, Slechtbeid, gering beid. t'zoek maaken, bet ontsnappen, To flip (or pull) OFF one's thoes, SLILY, Looslyk.

iemand den slippert geeven.

Zynė schoenen uittrekken. He look'd very Nily, Hyzag 'er Slip-knot, Schuif knoop.

To flip off a flower, Een bloern doortrapt uit.

Slip-shoe, Een sof, oude scboen plukken. Sliness, Loosbeid, Schalkbeid.

tot een muil gebruikt wordende. To flip off a bough of a tree, SLIM, (or Nender) Dun, sebraal, Slip-thod, Die foffen draagt.

Een tak van een boom afscheuren. mager.

do Slip-nop, (an odd kind of difh) To flip a plant, De scheuten var. Slim, or A tall slim fellow, (a Mengelmoes, klieken, opgewarm.

een plant afstroopen. lathback) Een schraab mager

de kost.

Slipped, Gegleeden, uitgeglipt, gekaerel. +| Een nagtkaars, put to SLIP, (or Nide) Slippen.

mist. baak.

The razor out Nipt of my hands, SLIPPER, Een muil. SLIME, Slyn.

Het scheermes fipte uit myn A pair of flippers, Een paar mui. Slimy, Slymig , Mymerig.

band.

len. A nimy soil, Een Siymige grond. My tongue Nipt, Myn tong SLIPPERY , Slibberig , glipperig, Slimineis, Slymig beid.

was te lang.

glad. SLING, Een slinger.

To let nip, Cor fall) a thing, A Ilippery place , Een svibberige. To wear one's arm in a sling, Zy Iets laaten Nippen, glyën of vab plaats. nen arm in een band of sluijer len.

A flippery eel, Een gladde cal. draagen.

Bbbbb 2

[ocr errors]

of grap.

+ A flippery (or free) tongue, Sloping, Cor thwart) Scheefte. Slowly, Langzaamlyk , traaglyk. Een gladde tong.

Sloping, (or shelving) Hellende. * Great bodies move fowly, *Gros+ A slippering woman, (a woman Slopingly, Schuins, schuinsachtig: te lichaamen zyn traag in 't be. too free or lubricious) | Een Sloping, Schuins afloopende.

weegen. dartel, wulps Vrouwspersoon. SLOPS, Een wyde flidder-broek. Slownels, Langzaambeid, loombeid, + A Nippery, (or dangerous) bu SLOT, (the view or prisit of itag's. traag beid. siness, Een gevaarlyke bezig beid. foot, in the ground) Spoor,

SLU. Slippery place, (or imployment) voetstap vin een Hert.

to SLUBBER, Beflobberen. + Een gladde plaats, eene bedie- SLOTH, Luibeid.

To flubber over, Overbeen flobbening die bezwaarlyk gehouden Slothfull, Traag, lui , onachtsaam. ren, los overbeen loopen. kan worden. A slothfull man, Een achteloos,

Slubbered over, Overbeen gefietSlippery trick, Een slegte poets, slordig man.

berd. Slothfully, Traaglyk.

SLUCE, Een fluis. Slipperinels, Slibberigbeid. Slothfulness, Traagbeid, luibeid.

To fluce , or Ouce out, Opes Slipping, Uitglyding , miffing, - SLOUCH, Een grove plompert. gaan, met kracht weg lotgeni, uitglydende. Sloughing, als; A foughing hat,

overlloeijen. A Dipping of leaves, Afstroo Een hoed net een breede rand. SLUG, Een scbip dat traag zeilt, ping van bladeren. SLOUGH, (a steep and muddy pla

een slecbt bezeild vaartuig. Slipt, sie Slipped.

ce) Een poel.

SLUG, (a heavy sort of great gun) SLIT, Een scbeur, een uitgescbeurd The fough, (or foil of a wild Een zwaar stuk kanon. gat.

boar) De mist van een wild Slug, (a commodity that does to SLIT, Opfcbeuren, opsnyden.

zwyn.

not go off). Een waar die roen To nit, Scheuren.

The flough (or bed) of a wild niet verkoopen kan, die de winkel Slitt, Opgescbeurd, opgesneeden. boar, Het léger, schuilbok van

bewaard. Slitting, Scheuring , fcbeurende.

een wild zwyn.

| This commodity grows a lug to SLIVE, Langzaam voortkruipen. The fough, (or damp) of a or drug, (it does not sell off) SLIVER, Een sneede.

coalpit, De damp van een kool.

Die waar beeft geen vertier. to SLIVER a loaf, Een brood aan myn.

Slug, or sug-snail, Cor dew-snail) Ineeden snyden.

The flough of a wound , Dood Slak, buissink, tuinslak. Slivered, Gesneden.

vleesch van een wond.

to SLUG ic, Luijeren, traag zyr SLO. The nough, or cast skin) of a

A flug-a-bed, Een luijelak, lang to SLOBBER , Slobberen, Slabberen, snake, De oude buid die een slaaper. zie to Slabber. slang afgeworpen beeft.

Sluggard, Een luiaard. to SLOCK, Eens anders dienstboo. SLOUTH, (or herd) Trop. Sluggish, Luy, traag. den aftroonen.

A Nouch of bears, Een trop beeren. Siuggithly, Traaglyk. Slocken, (or softened) Verzagt. SLOVEN, Een morsige quant , mors- Sluggishness, Luibeid, traag beid. Slocken with over-much mois. pot.

SLUMBER, Sluimering. ture, Al te vochtig gemaakt. Slovenly, Morlig, kladdig, bauen To fall into a slumber, In eene SLOCKSTER, Iemand die eens loos, wanbavenig.

Sluimering vallen. anders dien/tboo A flovenly woman, Een bavenloos to SLUMBER, Sluimeren. SLOCKER, den aftroont of Vrouwmenscb.

Slumbered, Gesluimerd. verleidt. Slovenliness, Morfigbeid , baweloos-Slumbering, Sluimering, fluineSLOES, Slee-pruimen.

beid.

rende. Sloc-tree, Slee pruimenboom. SLOW, Langzaam, loom, traag. SLUNG, [van to Sling, ] Geflis A noe-worm, Een stokslang, blind A flow animal, Een loom dier.

gerd Nang

A now motion, Een traage be- SLUNK, [van to Slink, ] Weggeto SLOF, Bespatten, beslabben. weeging.

floopen. SLOOP, (a finall sea veflel) een A now (or lingring) poison, Een SLUR, Een pots. Sloep, zéker vaartuig. uitteerend vergift.

To put a Nur upon one, Iemand to SLOP, Slaan, zie to Slap. A very now man, Een zeer lang een pots Speelen. SLOPÉ, (a Nanting cut) Uitsnyding,

to SLUR, Bemorljen , bellato

} kringswyze opening:

You are mighty flow of speech, SLURRY, den. Slope, or Noping, (a fhelving) Gy Spreekt geweldig langzaann.

To sur one's clothes, Zyne klee. Een fcbuinte, belling. A now-back, Een luiaard.

deren bemor (len, vuil naaker.. to SLOPE, Hellen, scbuin loopen. + A now, (heavy or dull) wit, To Nur a die, Een desbelters to SLOPE, (to cut a flope) Uit Een traag verstand.

scbuiven, bard werpen. fryden.

Slow-witted,

Loom van verstand, To Nur , (ar tham upon one,) Slopenefs, (or obliquity) Schuins He is now, but sure, Hy gaat Iemand ergens méde bedrieger. beid, fcbeef beid.

langzaam, docb zéker.

Slurred, Bemorst. Slopeness, or Thelving) Hel. My watch goes too low, Myn Slurring, Bemorfing, bekladding , – ling, scbuinte. Horlogie gaat te langzaam.

bemerfende.

SLUT,

}

zaam man.

« FöregåendeFortsätt »