Sidor som bilder
PDF
ePub

Effect van deezen Odroije : Dat ook den Suppliant, schoon by het ingaan van dit Otroy een Exemplaer geleevert hebbende aen de voorsz, onze Bibliotheecq, by zoo verre Hy geduurende den tydt van dit Oétroy de zelve Boeken zouden willen herdrukken met eenige observatien, noten, vermeerderingen, veranderingen, correctien of anders hoe genaemt, of ook in een ander Formaet, gehouden zal zyn wederom een ander Exemplaer van dezelve Boeken, geconditioneert als vooren, te brengen in de voorsz. Biblotheecq binnen den zelven tydt en op de boeten en pænaliteit als vooren: En ten einde den Suppliant deezen Onzen Consente en de Octroije moge genieten als na behooren, lasten Wy allen en cenen iegelyken, dien het aengaen mag, dat zy den Suppliant van den inhoude van deczen' doen, laeten en gedoogen, tuftelyk, vredelyk en volkonnicntlyk genieten en gebruiken, Cesfcereude alle belet en contrarie. Gegeeven in den Haege, onder onzen grooten Zegele, hier aen doen hangen, op den twaelfden April, in 't Jaer onzes Heeren en Saligmackers Duyzent Zevenhondert Vier en Vyftig.

[merged small][merged small][merged small][ocr errors][merged small][ocr errors]

Nder alle de Bedryven, die de Verwaandheid, en te gelyk de

Lafhartigheid van het Menschelyk Hart, zigtbaar voor de Waereld ten toon spreiden, is 'er naar myn Gedagten geen algemeen-,

der en tevens ongerymder, dan dat men zyn eigen Roem zoekt te gronden op de Versmaading en Verachting van anderen. Deeze Onbillykheid heeft byzonder plaats onder Luiden van dezelfde Hanteering, en aller byzonderst by de Schryvers, en zogenaamde Oordeelkundige Berispers, die zich voor Keurmeesters van alles wat Geest, Schranderheid , Gezond-verstand, en Geleerdheid genoemd word, opwërpende, een onfaalbaar Gezach aanmaatigen, om de in het licht komende Werken te pryzen, of te verachten en bespöttelyk te maaken; offchoon zylieden zo veel Bekwaamheid bezitten om 'er over te oordeelen als een Kranke over de Smaak der Spyzen.

Het is zeer opmërkélyk dat 'er völgens het Gevoelen van die Magisters, zeer zëlden iets middelmaatigs in het Gemeenebëst der Gelëtterden te voorschyn komt; Zyn zý den Schryver genégen , of hebben ze andere (mogelyk alles verantwoordende) Rédenen om hem te roemen, terstond vliegt zyn Löf boven het Zwërk; Hy is aanstonds een Cicero, in Welspreekendheid (hoewel hy mogelyk nooit een Rédenyoering gedaan heeft); zyne Wysheid overtrëft die van SALOMO; zyne Geleerdheid die van HUGO GROTIUS; zyne Dichtkunde die van Vondel, Poot en HoogVLIET; zyne Natuurkunde die van Newton en NIEUWENTYD, met één Woord, de tien laatste Eeuwen hebben zulk een Wonder van allerlei Weetenschappen niet voortgebracht. Maar verschynt 'er een doorwrocht en konstig Werk van iemand die hun Vriend niet is; of die hen door krachtdaadige Middelen, niet in zyn Belang heeft overgehaalt; dan weet men duizend ongegronde en vergezögte Vitteryen, om het zelve in allen opzichten verachtelyk te maaken.

Maar boven al heeft zulks plaats by de geenen, die over de zelfde Stoffe schryven, daar een ander te vooren over geschreeven heeft, en wiens Werk zy op zich genomen hebben, te verbeteren ; in zulk een Geval is hunnen voorganger doorgaans een Weetniet geweest, die zyn Werk, uit ik weet niet welke Stukken en Brokken, zonder Oordeel of Verstand heeft saamen geflanst , en waar in niets goeds te vinden is: maar zy zyn bet Völk met wien de Wysbeid stërven zal, en die zulk een volmaakt Meester-stuk te voorschyn zullen brëngen , dat 'er de Weergaê nooit van gezien is ; zeggen zy het laatstgemelde niet met ronde Woorden: men kan echter gemakkelyk zien , dat zy zulks, niet alleen denken: maar ook, ingewikkeld, te kennen zoeken te geeven. Deeze Verwaandbeid en Onédelmoedigheid is dies te groo

ter,

រឺ

1

ter, om dat zy wier Werken door hen zo zeer veracht worden, hun ver. blyfplaats reets lange in bet Huis der Saamenkomste van alle leevendigen genomen hebben: daar zy niets hooren kunnen; nöch in staat zyn om zich daar tégen te verdeedigen.

Het zy dan verre van my hen in zulk eene Lafhartigheid na te völgen, en den vlytigen en taalkundigen Vader WILLIAM Sewel, mynen zeer ge-ëerden Voorganger, van zynen welverdienden Löf te berooven, of deŽelve te bezwalken. * Geen menschelyk Werk is ooit volmaakt gemaakt geweest; de voorige Drukken van zyn Woordenboek zyn het niet geweest, en deze zal het ook niet zyn;niettégenstaande ik ten vollen verzekert ben, dat Hy (zo wel als ik) alle Vermogens in het wërk gesteld heeft, om het zo na by de Volmaaktheid te doen komen , als het mogelyk was, en dat Hy daar in niet béter geslaagt heeft, is geenzints uit Achteloosheid, Traagheid, of Onaandachtigheid: maar by Gebrëk aan noodige Hulp, en uit de een en andere Misvatting voortgesprooten.

Want, wat het Gebrëk aan noodige Hulp belangt: Toen hy zyn Woordenboek eerst saamengesteld, en by den tweeden Druk verbetert heeft, kon hy zo weinig nut uit den Arbeid van anderen tot Volmaaking van het zyne trëkken, dat hy, veele Naamen van Kruiden, uit bet Kruidboek van Dodonæus, (völgens zyn eigen Getuigenis) moest opzoeken, zo dat het my (zegt hy) Soma tyds niet weinig verdrooten heeft, dat ik my zelven niet in allen deelen heb kona nen voldoen.

„ en gaat aldus voort: Indien 't derhalve quame te gebeure , dat iemand, onder zulk een „ groote ménigte van woorden, als hier te voorschyn komen, ërgens een » ingesloopen vondt ; waar omtrent ik kwaalyk onderrecht ben, (want hoe

měnigmaal is 't gebeurt, dat zelfs geboorene Engelschen my geen ge» noegzaame voldoening wegens 't een of ’t ander woord of spreekwyze

hebben weeten te geeven) die hoop ik zal zo bescheiden zyn, dat hy

daarom 't gantsche Werk niet verachten zal: alhoewel my iets diergelyks , ten aanzien van den eersten Druk nu en dan'is voorgekomen, van zul

ken, die, om een weinigje Duitsch dat zy geleerd hebben, kennis ge», noeg meenden te hebben om van het geheele Boek te konnen oordee

len, enz.”

Döch die Hulp heeft my niet ontbroken: hebbende, voor-eerst, geduurende myn vyfjaarig Verblyf in Engeland, (hoewel ik nooit kon dënken, dat ik dit Naaf-achtig en aller-moeijelykst Werk zou hebben ondernomen een ontelbaare ménigte van Woorden, die by den Heer Sewel niet te vinden waren verzameld, die my nu zeer wel te stade gekomen zyn; ten tweede heb ik my tot volmaaking van dit Woorden-Boek, bedient van die van LITTLETON, BOYER, MARIN, Halma, enz. en eindelyk heb ik uit

de Experior inter ea, que fieri non poffunt , recensendum etiam elle , edere Librum fine erratis. Zegt de beroemde T.'H. VAN DEN HONERT , en ik stemme zulks van gantscher harte toe.

99

[ocr errors]
[ocr errors]
[ocr errors]

de Engelsche Wërken die ik geduurende een geruimen tyd geleezen; en vertaald heb, talryke Aantekeningen gemaakt, op zyn plaats ingevoegt, en niets gespaard dat in myn Vermogen was om het Compleet te maaken.

De Misvatting die de Heer Sewel gehad heeft, en waar door ik meene, dat zyn Woordenboek tot die trap van Volmaaktheid niet gesteegen is, als wel zou hebben kunnen geschieden , geeft hy zelfs op in deeze Woorden;

't Kan niet wel moogelyk weezen, dat onder zo veele duizenden van „ woorden my niet het een of 't ander zoude ontslipt, of ook wel door den

Letterzetter overgeslagen zyn: zulks dat 'er niet nog veel meer woorden en spreekwyzen uit verscheidene Schryvers zouden konnen bygevoegt worden: doch dit zou een Werk van een eindelooze uitgestrëktheid weezen.

De Uitgestrëktheid van het Werk kon töt geen Verschooning dienen, om het onvolkomen te laaten; en nög veel minder het geene Hy een weinig laager zegt: „ dat ook tot verder uitbreiding van dit Boek nog een veel „ grooter voorraad van woorden zou kunnen verzameld worden, indien », men gedulds genoeg had om zich te pynigen met eenen verdrietigen en onge-achten Arbeid, daar niets van belang mee te verdienen valt.Het verwondert my dat de goede Man, deeze Verschooning heeft kunnen maa- . ken: daar hy zékerlyk de Krachteloosheid van het Argument, voor de geenen die 'er hun Gebruik van moesten maaken, van zelfs ligtelyk kon bevroeden. Althans als men geen Geduld noch Belooning genoeg heeft, om een Werk uit te voeren, behoorde men het niet te onderneemen. Ik wil dan liever gelooven dat de Krankheid (daar hy van spreekt) hem lusteloos heeft gemaakt; zo dat hý zyne Voorreede aldus besluit. Indien nu iemand

zoude meenen te bespeuren, dat 'er onder eenige der laaste letteren van

't A, B, C, van het tweede Deel deezes Woordenboeks hier en daar » nog een woord moest by gevoegt geweest zyn, die gelieve zulks te ver

schoonen: want zo dra myne krachten het eenigermaate toelieten, heb „ik, uit aanmerkinge van de brosheid des menschelyken leevens, en de „ fchielyke wisselvalligheid van waereldsche zaaken, dit Wërk met alle spoed » voortgezet, om 'er af te komen. Schep ondertusschen uw Voordeel, » Leezer, uit het gebruik van dit tégenwoordig Wërk; en vaarwel.”

In deeze aangeschrapte Régels vinde ik eene édelmoedige Oprechtheid, die, by my, het Karakter van dien braaven Man in een zeer voordeelig Daglicht plaatst, en die te wenschen was dat van alle Schryvers nagevölgt wierd. Waarlyk niemand zal ligt een Denkbeeld kunnen vormen , van den oneindigen Arbeid, die 'er aan het Saamenstellen van een Woordenboek in tweederlei Taalen, te kösten gelëgt moet worden; en hoe veel moeijelyker word dien Arbeid niet als men gelyk de Heer SEWEL tot een meer dan middelmaatigen Ouderdom is opgeklommen, en met Ziektens en Té

[ocr errors][ocr errors]

V D genspoeden bezögt word! Hoe prysfélyk is het dan ook niet het gebrekkige van onzen Arbeid aan de waare Oorzaaken, (zonder ydele Verwaandheid) te willen toeschryven, gelyk Vader Sewel gedaan heeft ? wiens Werk by onpartydige Menschen, om voorgemëlde Rédenen altoos Löf zal verdienen.

Wat my belangt: ofschoon ik Réden heb, om de Göddelyke Goedertierenheid dankbaar te loven, voor een onafgebrokene Gezondheid van veele Jaaren, zo is het 'er zeer verre van daan, dat ik my in aangenaame Omstandigheden bevinde, maar wel in zulke die my dikwils Traanenbrood hebben doen eeten, en my deezen mynen Arbeid dies te zwaarder gemaakt hebben; de geenen die my kennen weeten wat ik al geléden heb, en hoe veele Rampen, my zyn bejégend en nög bejégenen:doch waar toe zal ik zulks vereeuwigen, en waar toe zal ik my trachten te rechtvaardigen ? weinige Dagen zullen 'er nög zyn, en ik zal heenen gaan den Weg van alle Vleesch; en myne Gedagtenisse van deeze Dingen zal met my vergaan, als ik meede zal nederleggen in het Graf, daar de Gebondenen saamen in ruste zyn; daar de booze ophouden van Beroering; daar de vermoeide van kracht rusten, en daar de stemme des Dryvers niet geboort word, tot dat wy uit dien Staat opgewekt wordende, voor een rechtvaardig Rëchter zullen worden gesteld die een iegelyks Werk in bet gerichte zal brengen en vergëlden na het geene by gedaan beeft het zy goed het zy kwaad. Den Leezer vergeeve my deezen uitstap, uit de Volheid van myn Hart voortgevloeid.

Het is byna overtollig te zeggen, dat de voorige Druk van het Woor, denboek van den Heer Sewel de helft van het Tégenwoordige niet bevatte, men kan zulks met het opslaan van een Oog aan het Getal der Bladzyden zien: maar het zal noodiger zyn, eenigzints aan te toonen wa in myne Verbetering bestaat.

1. In de Spelling; die ik (zonder in alles myn eigen Gevoelen daar omtrent te völgen , of genégen te zyn, daar over te twisten) ten eenemaa! gebruikt heb zo als men dezelve hedendaagsch by de naauwkeurigste Schryvers vindt: waar over men de Verhandeling over de Nederduitsche Spelling, agter The Dutch Grammar breeder kan nazien.

2. In de duidelyke Aanwyzing, en de Ophëldering met Voorbeelden, van de onderscheidene Betekenissen eenes Woords. Hoe zeer in deezen Opzichte het gemëlde Woordenboek verbetert is, zal ik met twee of drie Exempelen aantoonen, Waar uit men over de rest gemakkelyk zal kunnen oordeelen.

Het eerst dat ik opslaa is het Woord DRANK, en vinde by den Heer A. DRANK, (M.) Drink, potion Het welke hy ophëldert met de völ

gende Voorbeelden.

SEWEL;

[ocr errors]
« FöregåendeFortsätt »